Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik deelde hem dan zoo kort en duidelijk als mogelijk was mede, wat er in mijn woning had plaats gehad en voegde er het als van zelf sprekende verzoek aan toe, gedurende den nacht in mijn huis en tuin een afdeeling soldaten te mogen hebben, ten einde mijn eigendom te beschermen tegen een rooveraanval die niet zou uitblijven, en waarbij zooveel • mogelijk gevangenen zouden worden gemaakt. Zwijgend en met een ondoorgrondelijken ghmlach op het gelaat hoorde de minister mij aan. Daarop zeide hij:

— Mijn waarde Kamanita, ik weet niet of je vandaag al reeds een krachtigen morgendronk genoten hebt, of dat je nog onder den invloed bent van je beroemde nachtelijke drinkgelagen, of dat je wellicht met je even beroemde, scherpgekruide lekkernijen je maag zoodanig in de war hebt gebracht dat je niet alleen des nachts maar ook over dag aan benauwde droomen onderhevig bent. Want als zoodanig kan ik slechts je interessant verhaal opnemen, daar we weten dat Aiigulimala niet meer tot de levenden behoort.

— Het was een valsch gerucht, zooals nu blijkt, riep ik ongeduldig uit.

— Ik zie dit in het geheel niet in, vervolgde hij op een scherperen toon. Er kan hier geen sprake zijn van een valsch gerucht, aangezien nog kort nadat het had plaats gehad, Satagira mijzelf in Kosambi verteld heeft, dat Angulimala gestorven was door de folterwerktuigen in de onderaardsche gewelven van het paleis van den minister; zijn hoofd heb ik met eigen oogen op de oostehjke stadspoort tentoongesteld gezien.

— Ik weet niet wiens hoofd het was, dat u gezien

Sluiten