Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verder volgt — of het een eewig zijn of nietzijn zal worden ?

— Wat dunkt u mijn vriend, wanneer een huis in brand was geraakt en de bediende ging zijn heer wekken: „Sta op, heer; vlucht! Het huis brandt. De balken vlammen alreeds; het dak zal instorten." Zou dan die heer antwoorden: „Ga eens zien, mijn vriend, of "het buiten regent of stormt, of dat het een hefehjke maneschijnnacht is; in het laatste geval zullen we ons maar buiten begeven?"

— Hoe zou die heer zulk een antwoord kunnen geven, eerwaardige? De bediende heeft hem immers vol angst toegeroepen: „Vlucht heer, het huis- brandJ De balken vlammen reeds en het dak zal neerstorten."

— Zeer zeker heeft de bediende hem dit toegeroepen, maar als die heer nu evenwel antwoordde: „Ga eens zien, mijn vriend, of het regent of stormt, of dat het een hefehjke maneschijn-nacht is" — zoudt ge daar dan niet uit besluiten dat de heer niet gehoord had wat de trouwe bediende riep, en dat niet tot hem doorgedrongen was, welk doodelijk gevaar hem boven het hoofd zweefde?

— Voorzeker, eerwaardigste, zou ik tot dat besluit moeten komen, daar het ondenkbaar is, dat de man anders zulk een dwaas antwoord had kunnen geven.

— Ook gij, pelgrim,^ wandelt alsof uw hoofd omringd was door vlammen! Want het huis brandt. En welk huis? De wereld. Welk vuur verteert haar? Het vuur van begeeren, van boosheid, van verblinding. De geheele wereld wordt door vlammen verteerd; de ge-

Sluiten