Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gers van de leer, heb ik medegebracht om hen reeds nu aan den meester voor te stellen.

Bij deze woorden rezen drie jonge monniken op en groetten den Volmaakte met de handen over de borst gekruist.

— Heil den Verhevene, den volkomen verhchten Buddha!

— Zijt mij welkom! zeide de Volmaakte ennoodigde hen door een handbeweging uit wéder plaats te nemen.

— En is ook de Verhevene na de wandeling van gisteren in goeden welstand hier aangekomen, zonder oververmoeidheid of andere nadeelige gevolgen? vroeg Ananda. Heeft de Volmaakte een goeden nacht doorgebracht in deze hal?

— Zoo is het, broeder. In de schemering ben ik hier gekomen, weliswaar zeer vermoeid, doch zonder nadeelige gevolgen van de wandeling. En in gezelschap van een vreemden pelgrim heb ik hier den nacht zeer goed doorgebracht.

— Deze pelgrim, nam Sariputta het woord, is in de straten van Rajagaha doodgestoken door een koe.

— En zonder er eenig voorgevoel van te hebben gehad met wien hij hier den nacht had doorgebracht — voegde Ananda er bij: Zijn vurige wensch was, voor de voeten van den Volmaakte te worden gelegd.

— Even daarna echter, verlangde hij naar den Ganga te worden gedragen, verklaarde Sariputta.

— O neen, broeder Sariputta, bracht Ananda er tegen in; hij sprak over den hemelschen Ganga. Met stralenden blik herinnerde hij zich een plechtigen eed en noemde

Sluiten