Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teneinde ons daar te kunnen verkwikken aan zijn wondergeur.

Vasitthi volgde hem, gewillig als een kind dat men, door het een nieuw stuk speelgoed te beloven, troost dat het niet aan het vroolijke spel der kameraadjes mag meedoen. Zoodra de geur hen te gemoet kwam stroomen, begonnen zich haar trekken te verlevendigen.

— Waar breng je me heen? vroeg zij, toen zij de smalle rotskloof bin^enzweefden. Ik ben nog nooit zoo vol verwachting geweest. En het komt mij voor dat ik dikwijls vol verwachting ben geweest, ofschoon je glimlach er mij aan herinnert dat ik eerst kort geleden tot bewustzijn ben ontwaakt maar je hebt je vergist in den weg — hier kan men niet verder.

— O, zeker; men kan wel verder, zei Kamanita glimlachend, en waarschijnlijk zul je nu spoedig wel gewaar worden dat je voorgevoel je geenszins bedrogen heeft, mijn beminde Vasitthi.

Reeds opende zich voor hen de door de malakietrotsen ingesloten dalketen met den rooden koraalboom en den diepblauwen hemel, terwijl de volle geur hen omringde. Vasitthi bracht de handen voor de borst alsof de al te sterke geur haar bedwelmde; het snelle wisselen van hcht en schaduw op haar gelaat toonde hoe zij door den storm der levensherinneringen werd aangegrepen. Eenklaps hief zij de armen omhoog en wierp zich aan zijn borst.

— Kamanita, mijn geliefde! —

En hij voerde haar weg, in een ijlende vaart door de kloof. In het open, tamelijk eenzame dal, met het

Sluiten