Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oogen. En eensklaps stroomde hen zulk een lichtglans tegemoet, dat zij hun handen voor de oogen moesten houden. Het was alsof er midden in het bosch een kolonade van fonkelende zuilen stond, die het licht eener opgaande zon weerkaatsten. Toen zij hun handen weder van de oogen durfden te. nemen, zweefden zij juist tusschen de laatste palmen door.

Vóór hen stroomde de hemelsche Ganga en strekte zijn zilveren loop tot aan den horizon uit, terwijl lange golventongen als vloeibaar sterrenlicht het paarlgrijze oeverzand aan hun voeten als met vlammen lekte.

Terwijl de hemel anders naar onderen lichter werd, zoo was hier het tegenovergestelde het geval: het ultramarijn ging over in indigo, dat ten laatste met een bijna volkomen zwarten rand op de zilverwitte kim rustte.

Van den bloemengeur uit het paradijs was hier niets meer te bespeuren. Maar evenals in het malakietdal om den koraalboom de geur der geuren met volle herinneringopwekkende kracht verzameld was, zoo waaide er hier langs den wereldstroom een koele bijna ruwe adem, die de vernietiging van alle geur scheen te wezen en een volkomen reinheid als eenigste geur scheen te hebben.

Vasitthi ademde ze begeerig in als een verfrisschenden dronk, terwijl zij Kamanita den adem benam.

Van de heerlijke muziek der genieën was hier geen enkele toon te hooren, doch van uit den stroom schenen machtige, dreunende, donderende klanken op te stijgen.

— Hoor! zeide Vasitthi en hief luisterend haar hand omhoog.

Sluiten