Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zweven, in wier macht ge zoudt geraken indien ge dezen oever verhet? Ik sidder reeds bij de gedachte u plotseling van mijn zijde gesleurd te zien.

— Zoudt ge dan den moed niet hebben mij te volgen?

— Voorzeker zou ik u volgen. Maar wie kan zeggen of ik u zou kunnen bereiken en of men ons niet met macht zou willen scheiden? En al bleven we ook bij elkaar, welk een jammer zou het niet wezen, uit dit betooverende rijk der zaligheden in het onbegrensde te worden gedreven!

— In het onbegrensde! herhaalde Vasitthi peinzend en haar blikken zweefden den loop van den hemelschen Ganga volgend naar den horizon, waar de zilveren kim den zwarten hemelrand naderde; ja, zij schenen nog verder te willen doordringen.

— En kan er eeuwige zaligheid bestaan, waar grenzen zijn?

— Vasitthi, riep Kamanita uit, nu in ernst bevreesd wordende; ik wenschte dat ik u nimmer hierheen had gebracht. Kom geliefde, kom!

En hij trok haar met zich voort, nog angstiger dan toen hij haar van den koraalboom had weggevoerd. Niet onwillig volgde zij hem; toen zij de eerste palmen weder genaderd waren, keerde zij nog eenmaal het hoofd om, ten einde een laatsten blik te werpen op dien hemelschen stroom

En weder troonden zij op hun lotusrozen in het kristalheldere meer; opnieuw zweefden zij tusschen de met juweelen bloeiende boomen en mengden zich in den dans der zaligen, gelukkig in hun schaduwlooze hefde.

Sluiten