Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schijnselen vertoonden zich ook bij Vasitthis bloem; ook zij was er boven blijven zweven, blijkbaar verdiept in dezelfde beschouwingen.

Hij richtte zijn blik naar zijn blauwgekleeden buurman. De lotusroos waar hij op troonde, zag er eveneens zoo uit en daarbij viel het Kamanita op, dat zijn aangezicht niet meer zoo vreugdevol straalde als toen hij hen voor het eerst begroette; zijn trekken waren niet zoo levendig, zijn houding niet meer zoo vrij, terwijl hij in zijn' oogen dezelfde ontstelde verwondering las, die hem en Vasitthi had aangegrepen. En zoo was het overal waar zij heen zagen. Zoowel met de bloemen als met de gedaanten had een verandering plaats gehad. Met onderzoekenden bhk beschouwde hij op nieuw zijn eigen lotus. Er scheen zich een kroonblad te gaan bewegen; langzaam boog het zich voorover, raakte los en viel neer op de watervlakte.

Gelijktijdig raakte bij alle lotusrozen een der kroonbladen los — de watervlakte rimpelde zich en deed de teedere bladen zacht op. en neer schommelen. En door het struikgewas aan den oever ging er als het ware een koude rilling, die een bloemenregen, welke fonkelde als juweelen, ter aarde deed vallen.

Iedere borst loosde een zucht en bij de muziek der genieën werden eenige schrille wanklanken gehoord.

— Vasitthi, lieveling! riep Kamanita ontsteld uit, terwijl hij haar hfend greep. Ziet ge dat? Hoort ge dat? Wat zou dit wel te beduiden hebben?

Doch Vasitthi keek hem kalm glimlachend aan:

— Daar heeft hij aan gedacht toen hij zeide:

Sluiten