Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DRIE EN DERTIGSTE HOOFDSTUK. Angulimala.

In mijn kamer gekomen, gevoelde ik een groote kalmte. Nu viel er niets meer te bedenken; er was geen besluiteloosheid meer te bestrijden, geen vraag meer te beantwoorden. Alles was afgedaan. Zijn Karma wilde het aldus. Door zijn dubbel verraad was hij ongetwijfeld aan mij en Angulimala overgeleverd. Zoo groot was deze kalmte, dat ik insliep zoodra ik mij op mijn legerstede had uitgestrekt, alsof mijn natuur bevreesd was deze uren van wachten in ledigheid te moeten doorbrengen. Zoodra het begon te schemeren, begaf ik mij naar het terras. De maan was nog niet opgekomen, doch ik behoefde niet lang te wachten. Anguhmalas 'reusachtige gestalte vertoonde zich boven de borstwering en naderde de bank waar ik half van hem afgewend, had plaats genomen.

Ik verroerde mij niet en zonder mijn oogen op te slaan van de figuren op den marmeren vloer, begon ik:

— Ik weet alles wat gij wenschte te weten: het uur van vertrek, het aantal ruiters dat hem zal vergezellen; de richting die hij zal inslaan en den weg en de paden die hij volgen zal. Gedreven door zijn kwade Karma, heeft hijzelf mij zijn vertrouwen opgedrongen, anders zou ik het nooit te weten gekomen zijn. Want door ^huichelachtige hef desbetuigingen had ik het hem nimmer willen ontlokken.

De pelgrim Kamanita 15 t

Sluiten