Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij er vandaan werd gehaald, de geheele omtrek van zijn hchaam door de in de planken geschoten pijlen stond afgeteekend — en dat deed ik nog wel op een grooteren afstand. Ik ben toch gewend met mijn pijl den in de lucht kruisenden adelaar naar beneden te schieten. Wat is er toch vandaag met mijn hand?

Intusschen had de asceet een beduidenden voorsprong gekregen en ik begon hem nu snel achterna te loopen om hem met mijn speer te treffen. Maar toen ik hem tot ongeveer een vijftig schreden genaderd was, kon ik hem geen pas meer nader komen, ofschoon ik uit al mijn macht liep, terwijl hij zeer rustig zijn weg scheen te vervolgen.

Toen zei ik bij mijzelf: Dit is waarlijk het wonderlijkste van alles! Ik heb toch dikwijls den schuwen olifant en het vlugge hert kunnen inhalen en dezen asceet, die geheel op zijn gemak loopt, kan ik dat niet, ofschoon ik daartoe alle krachten inspan.

Wat is er dan vandaag met mijn voeten?

Ik bleef staan en riep hem toe: * — Sta stil asceet! Sta stil asceet!

Doch hij bleef rustig doorloopen en riep terug:

— Ik sta stil Angulimala! Blijf ook stilstaan!

Nu moest ik mij in de hoogste mate verwonderen en ik dacht; Waarschijnlijk heeft deze asceet door een of andere waarhèidsdaad mijn pijlen verhinderd hem te treffen, en door een of andere waarheidsdaad mij verhinderd te loopen. Hoe kan hij nu een besliste onwaarheid zeggen, door te beweren dat hij stilstaat, terwijl hij toch in werkelijkheid vooruit komt, en kan hij mij

Sluiten