Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik mij, mijn arglistige handelwijze te verontschuldigen.

— Inderdaad, eerwaardige, toenmaals waren mijn woorden dubbelzinnig, doch daarmede bezwoer ik niets wat valsch was; slechts konden ze verkeerd worden opgevat. Wat ik echter zoo even bezwoer, is in ieder opzicht waar.

— Neen, dat is het niet, antwoordde hij. Want gij kunt mij geen vrede schenken. Heil u, indien ge u vrede laat schenken door mij.

Hij had zich nu omgekeerd en met een vriendelijk gebaar gaf hij mij te kennen dat ik nader zou treden.

— Gaarne, eerwaardige, zei ik onderdanig.

— Zoo luister dan en geef wel acht.

Hij zette zich neder in de schaduw van een dikken boom en liet mij aan zijn voeten plaatsnemen.

En hij begon mij te onderwijzen over goede en slechte daden met iaar gevolgen, waarbij hij alles uitvoerig en met talrijke herhalingen uitlegde, op de wijze zooals men tegen een kind spreekt. Want ik was immers geheel onkundig, terwijl de ascetendiscipelen meestal brahmanenzonen zijn, die de Veda's kennen. Ik daarentegen, had zulk een diepzinnige taal niet meer gehoord sedert ik in het nachtelijk woud aan de voeten van Vajacravas had gezeten, van wien ik alreeds gesproken heb en dien gij ook wel zult hebben hooren noemen.

Maar toen' deze asceet mij nu openbaarde, dat het geen willekeurige goddelijke macht is, maar enkel en alleen ons hart dat met zijn gedachten en handelingen ons hier en daar doet verschijnen, nu eens op aarde, dan in een hemel of wel in de hel; hetzij in menschehjké

Sluiten