Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geheim zijn olifantendrijver beval, den wildsten strijdolifant van zijn stal op den niets vermoedenden jongen man aan te hitsen, zoodra deze zich bij den ingang der arena zou vertoonen. Hoe Krishna toen het monsterdier doodde en, tot groote ontzetting van den koning, met bloed bespat en met den uitgebroken olifantstand in de hand, het strijdperk binnentrad.

Maar ook op den Volmaakte — vertelde hij nu verder — hadden zijn vijanden eenmaal een wilden olifant losgelaten. Op het gezicht van het voorwaartsstormende reuzendier, werd de Verhevene door medelijden aangegrepen.. Want het bloed stroomde het dier uit den schouder, wegens de wonden hem door de lansen toegebracht. Maar nog meer wekte het zijn medelijden op, dat hij hier voor zich had een arm, door blinde woede beneveld schepsel, dat door de natuur begaafd was met reuzenkracht en moed, doch met slechts weinig verstand en van dat weinige verstand nog beroofd was door de wreedheid van slechte menschen, die het door hun sarren tot een toestand van razernij hadden aangehitst, waarin het nu ook nog een Buddha moest ombrengen. Een woest, verblind wezen, wien het slechts moeielijk zou kunnen gelukken, door oneindig vele verwisselingen het voordeel te genieten van als mensch te worden geboren en daardoor den weg ter verlossing te kunnen betreden. Zoodoende, geheel vervuld van medelijden, kon de Verhevene geen vrees gevoelen; de gedachte aan eigen gevaar kwam niet bij hem op, want hij overwoog bij zichzelf: Indien het mij mocht gelukken slechts de zwakste straal van licht in die aanstormende

Sluiten