Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wil en al ons streven richten, herboren te worden in het rijk van den honderdduizendvoudigen Brahma.

Nauwelijks hadden zij dit besluit genomen, of een hevige stormwind kwam door het geboomte en over het water suizen. Bloemen en bladeren dwarrelden bij hoopen door de lucht. De op de lotussen tronenden doken in elkaar en trokken steunend hun mantels vaster om hun sidderende leden.

Maar evenals iemand in een dichtgesloten, van bloemengeur verzadigde kamer op het punt van te stikken, met volle borst den frisschen zeewind inademt die plotseling het geopende venster binnenstroomt, zoo werden Kamanita en Vasitthi te moede, toen zij nu de volkomen reine lucht gewaar werden die zij eenmaal aan het strand van den hemelschen Ganga hadden ingeademd.

— Herinnert ge u die? vroeg Vasitthi.

— Een groet van den Ganga, was het antwoord van Kamanita. En luister, hij roept ons!

Want de klagende doodstonen der genieën werden nu overstemd door gindsche plechtige klanken als van verwijderden donder en van reuzenklokken.

— Het is goed dat wij den weg alreeds kennen, jubelde Vasitthi. Zijt ge nog bevreesd, mijn vriend?

— Waarvoor zou ik bevreesd zijn? Kom!

En als een vogelpaar dat het nest verlaat en tegen den wind invliegt, zoo vlogen zij heen.

Allen keken hen na en verwonderden zich, dat er nog wezens waren die moed en kracht bezaten tot zulk een vlucht.

En terwijl zij nu tegen den wind invlogen, ontstond

Sluiten