Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoodra de gloed der zonnestralen begon te .verminderen, besteeg Koning Udena zijn olifant, den beroemden Bhaddavatika, die uithoofde van zijn hoogen leeftijd, alleen bij de meest plechtige gelegenheden gebruikt werd. Wij, de hovelingen, de schatmeesters en nog andere hooge ambtenaren volgden in wagens, terwijl tweehonderd ruiters den stoet openden en evenzoo velen dien sloten.

Bij den ingang van het bosch het de Koning Bhaddavatika knielen en steeg af. Wij anderen verheten de wagens en begaven ons in zijn gevolg te voet naar den Krishnatempel, waar Buddha, die alreeds omtrent het Koninkhjk bezoek was onderricht, omringd door zijn discipelen, ons wachtte.

De Koning begroette den Verhevene met eerbied en zette zich aan zijn zijde neder. Nadat nu ook de overigen hadden plaatsgenomen, vroeg de Volmaakte:

— Wat is u geschied, edele Koning? Heeft de Koning van Benares of een ander uwer vorstelijke naburen uw land met oorlog bedreigd?

— Noch de vorst van Benares, of eenig ander mijner naburen bedreigt mij. Een roover, o heer, leeft er in mijn land, Angulimala geheeten, wreed en bloeddorstig, gewend aan moord en doodslag, zonder medelijden met mensch en dier. Hij brandt dorpen neer, verwoest steden en maakt de wegen onveilig; hij brengt de menschen om en hangt hun duimen om zijn hals. En in de boosheid van zijn hart heeft hij nu het plan opgevat, dit heilige bosch te overvallen en den Volmaakte benevens zijn aanhangers weg te voeren. Ontzet over dit groote

Sluiten