Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en zoo kwam het mij dan voor, dat ik achtergesteld werd, wat mij zeer bedroefde. Doch bij nader inzien schoot mij te binnen, dat de Verhevene wellicht bij mij eenige zelfoverschatting had bemerkt en hij mij daarom op die wijze had willen beteugelen. Ik nam mij dan voor, op mijn hoede te blijven an mij niet door ijdelheid of zelfbehagen in mijn geestelijken wasdom te laten storen. Al spoedig zou ik immers met mijn gedenkspreuk gereed zijn en kon ik mij dan uit den mond van den Volmaakte een nieuwe gaan halen.

In dit vertrouwen zag ik Buddha den volgenden morgen vroegtijdig voortwandelen met verscheidene zijner discipelen — onder dezen, zooals vanzelf sprak, ook Ananda, 's meesters rechterhand, die steeds met hem was en met zijn zachtzinnig karakter ook mij zoo welwillend tegemoet was gekomen, zoodat ik nu voelde hoezeer ik zijn aanmoedigende blikken zou moeten missen — nog meer dan die van den wijzen Sariputta, die met zijn scherp ontledende uiteenzettingen mij dikwijls had geholpen bij moeielijke vraagpunten in de leer. Ik was thans geheel overgelaten aan mijn eigen krachten.

Zoodra ik teruggekeerd was van het ophalen mijner spijs en mijn maaltijd gedaan had, zocht ik mij een prachtigen boom uit, die te midden van een kleine open ruimte in het bosch stond — een dier zware, alleenstaande boomen, waarvan men zegt dat een mensch daaronder zittende, het best kan denken.

Dat deed ik dan ook nu, terwijl ik aandachtig mijn gedenkspreuk ging overwegen. Toen ik tegen den avond terugkeerde naar de vereenigingshal, was het resultaat

Sluiten