Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen ik dit hoorde, werd ik nog neerslachtiger. Schaamte en vertwijfeling overweldigden mij, totdat het mij ten laatste voorkwam, dat ik dezen toestand niet langer meer zou kunnen uithouden.

TWEE EN VEERTIGSTE HOOFDSTUK. De zieke non.

In dezen tijd kwam eenmaal 's weeks een der broeders bij ons om ons de leer te verklaren.

Daar het nu de dag van Anguhmala was, begaf ik mij niet naar de vereenigingshal, maar bleef in mijn cel op de rustbank liggen en verzocht de naast mij verblijvende zuster om Angulimala te zeggen:

— Zuster Vasitthi, eerwaardigste, ligt ziek in haar cel en kan niet in de bijeenkomst verschijnen. Zoudt gij niet, eerwaardigste, na uw voordracht u naar de cel van zuster Vasitthi willen begeven om ook haar, die ziek is, de leer te verklaren?

Zoo verscheen dan na zijn voordracht de eerwaardige Angulimala in mijn cel, groette mij eerbiedig en zette zich neder ter zijde van mijn rustbank.

— Hier ziet gij, broeder, zeide ik, wat niemand zien moest: een liefdekranke non en gijzelf zijt de schuld van haar ziekte. Want gij hebt mij van het onderwerp mijner liefde beroofd. Wel is waar hebt gij mij daarna tot den grooten geneesmeester gebracht, die de menschen

Sluiten