Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geneest van de levensziekte in haar geheel. Maar zijn voortreffelijke geneeskunst kan thans niet meer op mij inwerken. In zijn groote wijsheid heeft hij dit zelf ingezien en mij een middel voorgeschreven dat de sluipende ziektestof moet afscheiden, om daardoor een koortscrisis te voorschijn te roepen. Zoo ziet gij mij dan aangetast door de koorts van het verlangen en ik wil u thans herinneren' aan een belofte die gij mij eens gegeven hebt, namehjk in den nacht toen gij mij tot eén misdaad verleidet, die slechts verhinderd is geworden door de tusschenkomst van den Verhevene. Toen hebt gij mij gezegd dat gij naar Ujjeni zoudt gaan en mij een getrouwe mededeeling zoudt brengen omtrent Kamanita; of hij nog in leven was en hoe het hem ging. Wat de roover eenmaal heeft beloofd, dat eisch ik thans van den monnik. Want mijn verlangen om te weten of Kamanita nog leeft en hoe hij leeft, is zoo hevig geworden, dat zoolang ik niet tevreden gesteld ben, mijn ziel geen ruimte voor eenige andere gedachte of eenig gevoel meer heeft en. het mij onmogelijk is, een schrede voorwaarts te komen op den weg ter verlossing. Daarom moet gij dit voor mij doen en mijn gemoed geruststellen door het de eene of andere zekerheid te verschaffen.

Nadat ik op deze wijze gesproken had, rees Angulimata op en zeide: 'ÊWm

— Zooals gij, zuster Vasitthi het van mij verlangt — boog diep en ging de deur uit.

Dadehjk begaf hij zich naar zijn cel om zijn bedelnap te halen en nog in hetzelfde uur verhet hij het Sinsapabosch. Algemeen dacht men, dat hij een pelgrimstocht

Sluiten