Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontwikkeld had, kon, indien hij wilde, een geheele wereldperiode in leven blijven. Ach, hoe kon Ananda nu zoo dom zijn, dat hij in weerwil van dien duidehjken wenk, niet dadelijk antwoordde: „Mocht toch de Volmaakte tot redding van allen een geheele wereldperiode blijven leven!" Waarschijnlijk was zijn geest beneveld geworden door Mara, den booze, want hij kwam eerst met deze bede voor den dag toen het te laat was.

— Maar hoe kon het te laat zijn, vroeg ik, daar de Verhevene toch nog in leven is?

— Op de volgende wijze: Gij moet namelijk weten, dat een vijftig jaar geleden, toen de Verhevene te Uruvela de Buddhawijsheid had verkregen en na een zevenjarigen strijd eindehjk de heilige gemoedsrust genoot, zittende onder den vijgenboom der geitenhoeders, kwam Mara, de Booze, tot hem, ten zeerste bevreesd voor het gevaar waarmede Buddha zijn rijk bedreigde en, in de hoop de verspreiding der leer nog te kunnen verhinderen, zeide hij: „Heil u! Nu is voor den Verhevene de tijd gekomen om in te gaan in Nirwana."

Maar Buddha antwoordde: „Ik wil niet, gij booze, ingaan in Nirwana, alvorens ik de leer voor de menschen verkondigd heb; niet, voordat ik mij discipelen heb verworven die in staat zijn deze leer te verdedigen en haar verder te verbreiden. Eerst dan, gij booze, wanneer het rijk der waarheid voor goed gevestigd is, zal ik in Nirwana gaan."

Maar nadat nu de Verhevene tot Ananda gesproken had, zooals ik u vertelde en deze zich verwijderd had zonder dien duidehjken wenk te hebben verstaan, naderde

Sluiten