Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De stilte die bij dag onder het dichte gewelf van takken en bladeren heerscht, had plaats gemaakt voor de sombere tonen van een woest avondconcert. Het scherpe geschreeuw der nachtvogels, die thans wakker werden en zich gereed maakten om de loeries, de colibrietjes of de laat naar hunne nesten terugkeerende kardinaalvogels te overvallen, vermengde zich met het gebrul der congouars het valsch gehuil der jaguars *) en panters, en het schokkend geblaf der coyotes *) wier echo's akelig weerglamden onder de holle rotsgewelven en spelonken waar deze gevaarlijke gasten zich verscholen hielden.

Denzelfdèn weg teruggaande dien zij gekomen waren, kwamen de drie mannen weldra aan een groot vuur van dorre takken, dat te midden van een opene plek in het bosch was aangelegd.

Twee vróuwen, of liever twee jonge meisjes, hadden zich er bij neergevlijd en zaten in treurig peinzende houding. Deze twee meisjes telden te zamen nauwelijks dertig jaren, zij waren bijzonder schoon, en hare regelmatige creoolsche vormen . en gelaatstrekken herinnerden aan de bevallige hoofden en gestalten die het meesterlijk penseel van Rafaël in zijne Madonna's heeft uitgedrukt. Op dit oogenblik nochtans schenen zy vermoeid en op hare bleeke gezichten lag een zweem van diepe droefgeestigheid. By het gedruisch der naderende voetstappen, sloegen zij de oogen op en nu kwam er een glans van genoegen, als een vroolyke zonnestraal op haar gelaat.

De Indiaan wierp eenige versche rijzen op het vuur, dat reeds begon te verflauwen, terwijl een der jagers zich bezig hield met de paarden, die op korten afstand vastgekoppeld stonden, van erwten en gras te voorzien.

„Wel, don Miguel," vroeg een der meisjes, zich tot den jager wendende, die naast haar bij het vuur was komen zitten, „zyn wy haast aan het doel ónzer reis?"

„Gij zijt er reeds, Senorita ; morgen, onder geleide van onzen vriend Addick, gaat gij naar de stad; daar zult gij een ontoegankelijk verblyfvinden,waar niemand u zal kunnen vervolgen."

„Ach !" riep zij met een verstrooiden blik op het ernstig en onverschillig gelaat van den Indiaan, „zullen wij dan morgen scheiden?"

„Het moet, Senorita; de zorg voor uwe veiligheid vordert het.'

„Wie zou my in deze onbekende streek durven zoeken ?"

'„De haat durft alles te wagen 1 Ik bid u, Senorita, vertrouw op myne ondervinding; mijne gehechtheid aan u is onbegrensd, gij hebt, zoo jong als gij zijt, reeds genoeg geleden. Het is wel noodig dat een gelukkige zonnestraal uw gelaat verheldert en de sombere wolken verdryft die verdriet en nadenken er sinds lang op verspreid hebben."

„Helaas l" zeide zij, het hoofd buigende om de tranen te verbergen die haar langs de wangen liepen.

Mijn zuster, mijn lieve vriendin, mijn Laura ?" riep het andere meisje, haar omhelzende, „houd moed tot het einde: ik blijf immers bij u ? 01 vrees voor niets," vervolgde zij op vleienden toon: „Ik nëein de helft uwer bekommering op mij, dan zal de last u minder zwaar vallen."

„Arme Luisa," mompelde Laura haar wedeerkeerig kussende, „om mijnentwil" zijt gij ongelukkig, hoe zal ik ooit uw trouw kunnen vergelden!

1) Amerikaansche leeuw. 2) Tijger. 3) Wolf

Sluiten