Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Courage I" juichte Vrij-Kogel, „hier heen, toer-Vogel, hierheen !"

Thans zyn eigen paard met kracht omwendende, deed hy het op de achterpooten een volte maken, juist op het oogenblik toen het grond dreigde te verliezen en dreef het met vaste hand naar den oever terug.

„Hier ben ik 1" antwoordde Loer-Vogel, die de eerste gelegenheid afwachtte om vuur te geven. „Heb even geduld 1 ik kom."

Een nieuwe bliksemstraal flikkerde.

Gelijktijdig drukte hij af, het schot viel, en van den anderen oever klonk den jagers een kreet van woede en smart in de ooren.

„Ik heb hem geraakt 1" riep Loer-Vogel; „morgen zal ik weten wie de kerel is," en hiermede zijn buks-achter den rug werpende, wendde hy zijn paard naar Vrij-Kogel.

Zoodra het paard van den onbekende dat door den Canadees gelasseerd was zich voelde helpen en naar den oever slepen, ondersteunde het met instinctmatige schranderheid de pogingen die men aanwendde om het te redden.

De beide jagers hadden zich, om zoo te zeggen, voor den lasso gespannen. Door de vereenigde krachten hunner paarden met die van het gelasseerde paard, gelukte het hun den stroom te breken, en na een moedige worsteling van eenige minuten bereikten zij eindelyk den oever. Nauwelyks waren zij behouden aan wal, of de Canadeezen stegen af en ijlden naar het paard van den onbekende.

Zoodra het moedige dier voelde dat het vasten grond onder de voeten had, bleef het staan, als scheen het te begrijpen, dat het door verder voort te gaan, gevaar liep zijn meester — die ofschoon geheel bewusteloos, nog altijd de teugels in de gesloten vuist vastklemde, — tegen de rotsklompen te verpletteren. De jagers sneden thans de teugels door, namen den man dien zij zoo wonderbaar gered hadden in hunne armen en droegen hem eenige passen van den rivierkant onder een boom, waar zij hem zacht nederlegden. Beiden bleven met gespannen aandacht bij den gewonden drenkeling gebukt den eersten lichtstraal afwachten, die hun gelegenheid zou geven om hem te herkennen.

„O!" riep Loer-Vogel op eens opstaande met een kreet van smart en schrik, „het is don Miguel Ortega 1"

XII.

DON STEFANO COHECHO.

Zooals wij aan het slot van ons derde hoofdstuk gezien hebben, was don Stefano, nadat hij Vrij-Kogel verlaten had, naar het kamp der Gambucinos teruggekeerd zonder door iemand te worden opgemerkt. Eenmaal binnen de verschansing zijnde, had de Mexicaan niets meer te vreezen; hij ging dus weder naar het vuur in welks nabijheid hij zijn paard had vastgemaakt; het edele dier stak den kop op en spitste de ooren toen het zijn meester zag naderen, hij streelde hem met de hand, vlijde zich toen bedaard op den

Sluiten