Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Verlaat gij mij reeds ?" vroeg don Stefano.

„Ik ga geen stap verder," antwoordde de jonkman, en nu fier het hoofd opstekende, vervolgde hij met een barsch gezicht en op hooghartigen toon: „Hoor eens, caballero, hier zijt gij niet langer mijn gast, wij zijn buiten mijn kamp en in de woestijn ; ik kan u dus kort en bondig mijn gedachten zeggen en, voto a briot, ik zal het doen ook."

De Mexicaan keek hem verbaasd aan.

„Ik begrijp u niet," zeide hij.

„Dat is wel mogelijk; ik hoop zelf dat het zoo is, maar ik geloof het niet. Zoolang gij mijn gast waart, hield ik mij alsof ik geloof sloeg aan de leugens die gij mij op den mouw speldet; maar thans zijt gjj voor mij niets meer dan ieder ander vreemdeling, ik wil u dus rondweg mijn gevoelen zeggen: welken naam ik op uw aschgrauw gelaat moet toepassen weet ik niet, maar ik ben overtuigd dat gij myn vijand, of althans een spion van mijn vijanden zijt."

„Caballero deze taal...." riep don Stefano.

„Val mij niet in de rede, vervolgde de jonkman met kracht; „het kan mij weinig schelen wie gij zijt, het is mij genoeg dat ik u ontmaskerd heb; ik zeg u er dank voor dat gij in mijn kamp zijt gekomen; als gij mij thans ooit weder ontmoet, zal ik u ten minste herkennen; maar dit moogt gij gelooven en het is een raad dien ik zoo vrij ben u te geven; schud eer gij mij verlaat het stof van uw schoenen, en kom mij nooit Weder onder de oogen, het zou tot uw ongeluk kunnen zijn !"

„Bedreigingen 1" riep de Mexicaan bleek van toorn.

„Neem mijn woorden zooals gij verkiest, maar onthoud ze in het belang van uw eigen veiligheid; al ben ik maar een avonturier, geef ik u op dit oogenblik een les van trouw en oprechtheid, die gij wel zult doen u ten nutte te maken; ik zou mij zeer gemakkelijk de bewijzen van uw verraad kunnen verschaffen, zoo ik dat verkoos, want ik heb twintig trouwe kameraden onder mijn bevel, die op een wenk van mij, u duivels leelijk zouden tracteeren, en —" vervolgde hij met een sarkastischen grijns, — „door uw kleederen en uw knapzak te onderzoeken, zonder twijfel onder uwe „gezegende maiskorrels" de reden wel zouden vinden van uw gehouden gedrag sedert gij bij mij zijt; maar gij zijt mijn gast geweest en deze titel is uw vrijbrief, ga dus in vrede, en loop mij nooit weer in den weg."

Onder het uitspreken dezer woorden hief hij zijn arm op en gaf met zijn chicote (karawats) het paard van don Stefano zulk een hevigen slag op het kruis, dat de Arabier, weinig aan zulk een behandeling gewoon,'als een pijl van den boog vooruitschoot, in weerwil der krachtige pogingen van zijn berijder om hem tegen te houden.

Don Miguel oogde hem een poosje na en keerde toen naar zijn kamp terug, hartelijk lachend over de koddige wijs waarop hij het gesprek beëindigd had.

„Komaan, kinderen," zeide hij tegen de Gambucinos. „dadelijk op marsch 1 voor zonsondergang moeten wij aan het veer del Rubio zijn, waar de gids ons wacht."

Een half uur daarna was de geheele karavaan reeds op weg.

Sluiten