Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op eens blonk er een lichtstraal door de duisternis, zyn paard maakte een zijsprong en twee of drie kogels floten dicht langs hem heen.

Oogenblikkelijk zette hij zich vaster in den zadel. Hij bevond zich juist midden in den hollen weg dien hij eenige uren te voren was doorgereden; van alle kanten ingesloten, zag hij in de schaduwen rondom hem menschelijke gestalten zich bewegen, maar het was reeds te donker om hen bepaald te kunnen onderscheiden. Op dit oogenblik vielen er op nieuw schoten, een kogel nam zijn hoed weg, en verscheidene pijlen snorden dicht langs hem heen.

De jonkman hief stoutmoedig het hoofd op. „Ha! verraders 1" riep hij met een sterke stem.

Terwyl hy zijn draver met de knieën aanzette, stoof hij met duizelende vaart voorwaarts, diep over den hals van zijn paard gebogen met de teugels tusschen de tanden en in iedere hana een revolver.

Een vreeselijke oorlogskreet liet zich hooren, vermengd met woeste verwenschingen in het Spaansch.

Als een wervelwind vloog don Miguel door de hem omringende massa, en loste hij zijn revolvers op den dichten drom zyner onbekende vijanden. Kreten van woede en smart weergalmden, geweerschoten en sissende pijlen vervolgden zijn toomeloos rennend paard, dat den grond niet meer scheen te raken.

Achter hem klonk de woedende galop van verscheidene ruiters die hem snel als de wind najaagden.

„Verraad I verraad 1" schreeuwde hij uit al zijn macht terwijl hij zijn zwaard trok, zijn paard deed zwenken en woedend met onbeteugelde vaart op de vyanden inreed, die hem aan alle zijden dreigden te omsingelen.

Op eens, in het heetst van den strijd, en op het laatste oogenblik, toen hij gevoelde dat zijn krachten hem begonnen te ontzinken, en den ongelijken kamp weldra zou moeten opgeven, knalden er drie schoten van de andere zijde, en werden de lieden die hem aanvielen in de flank aangegrepen en op hunne beurt genoodzaakt zich tegen onzichtbare vijanden te verdedigen.

„Wij komen 1" riep een doordringende stem in de verte, „houd stand! houd stand!"

Don Miguel beantwoordde dit geroep met een daverenden aanvalskreet en stortte zich met vernieuwde kracht op den vijand. Hij was thans niet langer alleen; wie het ook wezen mocht, die hem te hulp schoot, hij gevoelde dat hij ondersteund werd en hield zich voor gered. Ondanks het onzekere terrein en de heerschende duisternis, troffen zijn slagen doel en werd de dicht opeengedrongen massa der aanvallers, thans van twee rijden bestookt, genoodzaakt zich in twee partijen te scheiden; drie- onbekende ruiters stormden door de hierdoor ontstane opening, en schaarden zich aan de zijde van don Miguel.

„Hal" riep deze met een spotachtigen lach, „nu is de strijd ten minste gelijk. Vooruit, mijn kameraden, vooruit 1"

Met dezen uitroep wierp hij zich opnieuw op den vijand, onmiddellijk gevolgd door zijn drie dappere helpers.

Wie waren deze mannen? van waar kwamen zij? hij wist het niet en dacht er niet aan om het te vragen; trouwens was er geen tijd voor zulke verklaringen; overwinnen of sterven was de leus.

Sluiten