Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Doodt, doodt hem 1" brulde een der vijandelijke ruiters, die bij herhaling op hem inreed met opgeheven sabel en met al de woede van ingekankerden haat.

„O! zijt gij het, don Stefano ?" riep don Miguel, ik dacht wel dat wg elkander ontmoeten zouden, uw stem heeft u verraden."

„Dood en verderf I" was het antwoord.

De beide mannen stormden thans als ontembare duivels tegen elkander, hunne paarden krijgen een vreeselijken schok en de ruiter, dien de jonkman voor don Stefano hield, tuimelde in 't zand.

„Victorie I" juichte don Miguel, terwijl hij onmiddellijk doorsloeg en alles neersabelde wat onder zijn bereik kwam.

Zyn altijd nog onbekende vrienden, volgden hem spoorslags en weerden zich niet minder dapper. Tegen hun vereënigden aanval konden de vijanden niet lang stand houden, zij weken weldra terug en kozen in alle richtingen het hazenpad.

De bergpas was weder vrij.

Thans meende don Miguel niets meer te duchten hebben; hg gaf dus zgn paard de sporen, en reed in gestrekten draf den hollen weg uit naar den rivierkant.

Zoodra hg zich • buiten gevaar bevond, haalde hij ruimer adem en keek om zich heen. Zgn onbekende verdedigers waren als door een tooverslag verdwenen.

Op hetzelfde oogenblik viel er een schot, en voelde hij aan den linker arm iets dat op een zweepslag geleek.

„Wat moet dat beteekenen ?" prevelde hij onwillekeurig. Een geweerkogel had hem getroffen. Deze wond bracht hem tot het besef van zgn tegenwoordigen toestand.

Zijn vijanden hadden zich weder vereenigd en zaten hem opnieuw achter de hielen. Voor zich uit hoorde hij de troebele golven der nooggezwollen Rubio bulderen ; de wraak van Goden en menschen scheen samen te spannen om hem te verderven. Bg deze sombere gedachte beving hem een onweerstaanbare vrees, hij achtte zich verloren en slaakte den eersten noodkreet, welke, zooals wij reeds gezien hebben, door de twee jagers gehoord werd.

Intusschen begonnen zijn vervolgers snel op hem te winnen; zonder aarzelen of overleggen stortte hij zich in de bruischende Rubio; een twintigtal kogels deden het water rondom hem opspatten ; onverschrokken keerde hg zich op zgn paard om en schoot voor het laatst zgn revolvers af onder het uiten van den tweeden noodkreet, die door de jagers beantwoord werd met:

„Moed."

Maar de menschelgke natuur heeft hare grenzen, deze laatste poging had het overschot zijner krachten uitgeput, wanhopig en krampachtig omklemde hij de teugels van zijn paard, maar wankelde en stortte bewusteloos in de rivier, onder den wegstervenden uitroep:

„Laura 1 Laura!"

Twee geweerkogels kruisten zich boven zgn hoofd, afgeschoten door den man die aan den achter hem gelegen oever op hem mikte; de andere door Loer-Vogel. Zgn onbekende vervolger brulde als een aangesloten wild dier, waggelde als een dronken man en verdween in de duisternis,

Wie was deze man ? Was hg dood, of alleen gewond ?

Sluiten