Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trokken, en nu bevonden zg zich te midden van een aantal boomgroepen, die allengs kleiner werden en hen reeds tegen de brandende zon begonnen te dekken. Eer zy echter het punt bereikten, dat de eerste reiziges hun als rustplaats had aangewezen, bleef deze eensklaps staan en wendde zich naar hen om.

„Kijk eens!" riep hij, „dunkt u ook niet dat ginds in de struiken een kolom rook opgaat, daar recht voor ons uit, een weinig links aan den rand van het bosch ?"

De bedienden zagen uit.

„Inderdaad 1" riep de oudste der twee, „er valt niet aan te twgfelen, ofschoon men van hier af zou kunnen denken dat het een nevel was ; de rook is echter te blauw en gaat te steil opwaarts; het is dus zeker dat er een vuur brandt."

„Sedert de tien dagen die wij in deze onmetelgke woestijn zwerven, hebben wij geen sterveling gezien; dit vuur moet ons dan zeer welkom zijn, daar het ons de aanwezigheid van menschen aanduidt, mits het slechts vrienden zijn; gaan wij hen terstond te gemoet, misschien zullen wg van hen eenige onschatbare berichten bekomen, aangaande het doel onzer reis."

„Met uw verlof, Senor," hervatte de criado met drift, „toen wij de presidio verlieten, hebt gg goedgevonden u door mij te laten geleiden, vergun mij dus een raad te geven die u, naar ik meen, in de tegenwoordige omstandigheden zeer nuttig zal zgn."

„Spreek, mijn brave Bermudez, ik verlaat mg ten volle op uwe ondervinding en goede trouw; uw goede raad zal mij zeer welkom zijn."

„Ik zeg u wel dank, Senor," antwoordde de man die zoo even Bermudez werd genoemd; „ik heb u jarenlang als vabuero (koeherder) gediend, en in dit vak ben ik dikwijls met Indianen zoowel als jagers in aanraking gekomen, zoodat ik omtrent het leven in de wildernis vrij wat kennis heb opgedaan, die ik mij vaak ten nutte maakte, al ben ik ook nooit zoo diep in de prairiën doorgedrongen als thans. Als ik u dus raden mag, moeten wij ons in deze streek vooral wachten om menschen te ontmoeten en ze niet dan met omzichtigheid naderen, des te meer, daar wij niet weten wie wij hier vinden zullen, of het onze vrienden of vijanden zijn."

„Dat is waar, uw aanmerking is zeer gepast, maar ongelukkig komt zij een beetje te laat." „Waarom 1"

„Omdat, zoowel als wg den rook van hun vuur hebben opgemerkt, die lieden daar ginds waarschijnlijk ons reeds gezien en al onze bewegingen zullen hebben gade geslagen, zooveel te meer, daar wij ons in geenen deele hebben zoeken te verbergen."

„Dat is zeker, dan Mariano, helaas ja I" antwoordde Bermudez het hoofd schuddend. „Maar zoo gij het goed vindt, Senor, wat ik u ter vermijding van alle onaangenaam misverstand durf voorstellen, blijft gij dan hier met Juanito wachten, terwijl ik alleen vooruitrijd om daar ginder bij het vuur den staat van zaken op te nemen."

Don Mariano aarzelde met antwoorden, hij stond in beraad of hg zijn ouden bediede wel op deze wijze in gevaar zou brengen.

Beslis, Senor," riep Bermudez met drift; „ik weet zeer wel hoe men de Roodhuiden moet toespreken; zij zullen mij waarschijnlijk met een vlucht

Sluiten