Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reeds aan de deur van mijn hotel; ik gaf het dierbaarste wat ik in de wereld bezat, over aan mijn broeder, den ellendeling dien gij daar ziet, en ik vluchtte. Reeds twee jaren was ik afwezig en gedurende dien tijd schreef ik mijn broeder brief op brief, zonder ooit antwoord te ontvangen ; ik was aan de grootste ongerustheid ten prooi; eindelijk nam ik het wanhopig besluit om my in stilte naar Mexico te begeven, op gevaar af van terstond gevat en doodgeschoten te worden, toen ik, dank zij de. hulp van eenige veelvermogende vrienden, die sterk voor mij ijverden, van de lijst der verbannenen werd geschrapt en vrijheid kreeg om naar mijn vaderland terug te keeren. Geen twee uren na het ontvangen van dit bericht, ging ik op weg; vier dagen later kwam ik te Vera-Cruz aan ; ik gunde mij nauwelijks den tijd om rust te nemen, ik steeg te paard, en in een enkelen rit, zonder den zadel te verlaten, behalve om van paard te verwisselen, legde ik de negentig mijlen af die Vera-Cruz van de hoofdstad scheiden. Ik reed regelrecht naar mijns broeders huis. Hij was afwezig, maar had er een brief achtergelaten, waarin hij mij schreef, dat hij wegens dringende zaken naar Nieuw-Orleans was vertrokken, ofschoon hij hoopte na verloop van een maand terug te zijn, terwijl hij mij tevens verzocht op hem te. wachten; maar geen enkel woord aangaande mijn vrouw of dochter; geen enkel woord van mijn zaken; niets van zoovele dierbare belangen als ik aan zijn zorg had toevertrouwd. Mijn ongerustheid ging in schrik over; ik had het voorgevoel van een vreeselijk ongeluk; half gek van angst ging ik mijns broeders huis uit, ik besteeg het paard weder, dat dampend, met zweet en stof bedekt, en totaal afgereden, nog voor de deur stond, zonder dat iemand er zich mede bemoeid of erj aan gedacht had om het te verzorgen en reed in der ijl naar mijn eigen woning. Daar waren alle deuren en vensters gesloten, dat huis, dat ik vroolijk en vol leven dacht te vinden, was eenzaam en stil als het graf. Ik vertoefde er slechts een oogenblik, en aarzelde zelfs om aan de deur te kloppen ; eindelijk waagde ik het, de werkelijkheid, hoe vreeselijk zij ook wezen mocht, verkiezende boven een onzekerheid die ik niet langer verdragen kon, en die mij inderdaad gek zou hebben gemaakt."

Op dit punt van zijn verhaal komende, hield don Mariano op; zijn stem beefde door zijn inwendige ontroering, die hij onmogelijk langer kon bedwingen.

Er volgde een poosje stilte.

Don Estevan was niet van houding veranderd sedert het oogenblik dat zijn broeder met zijn verhaal aanving; hy scheen in diepe droefheid gedompeld en door wroeging ter neer geslagen.

Eenige oogenblikken daarna nam Bermudez, toen hy zag dat zyn meester buiten staat was om voort te gaan, het woord voor hem op.

„Ik was het die hem de deur opende," vervolgde de bediende; „God is mijn getuige, dat ik mijn meester lief heb en dat ik voor hem zonder bedenking met lust mijn leven zou opofferen. Helaas! my was de taak beschoren, hem de grootste smart te veroorzaken die een mensch met mogelijkheid lijden kan ; ik was genoodzaakt de vragen te beantwoorden waarmede hy my' overstelpte; ik moest hem bericht geven dat zyn vrouw en dochter eenige weken te voren, beiden in het klooster der Bernardynen overleden waren. De slag was verschrikkelijk, don Mariano stortte neer als door den bliksem getroffen. — Op zekeren avond, toen myn meester, volgens gewoonte

Sluiten