Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dat alles zal ik haar zeggen, mijn vriend."

„En dan," hervatte don Miguel, terwijl hij met min of meer bevende hand een stalen ketting, waaraan een klein zwart fluweelen zakje hing, van zijn hals deed en aan Loer-Vogel gaf, „neem dit amulet; — het is alles wat ik van mijn moeder bezit," vervolgde hij met een zucht, „het heeft aan mijn hals gehangen sedert den dag mijner geboorte; in dat zakje is een heilige reliek — een splinter van het heilig kruis, gezegend door den Paus. Geef haar dat, en laat zij het zorgvuldig bewaren ; dit amulet heeft mij reeds uit menig gevaar gered, 't Is het eenige dat ik op dit oogenblik voor haar doen kan. Ga, mijn vriend, red haar, daar ik mij gedoemd zie om niets dan onvruchtbare wenschen voor haar behoud te koesteren. Gij houdt van mij, Loer-Vogel, ik zal er geen woord meer bijvoegen, dan dit eene : van den uitslag uwer edele poging in dit uur hangt mijn leven af. Vaarwel I Vaarwel 1"

Met zenuwachtige drift greep hij de forsche hand van den jager en drukte die bij herhaling met kracht. Zich toen schielijk omkeerende, om zijn opwellende tranen niet te laten zien, trad hij met haastigen tred in het woud terug, waar hij spoedig verdween, nadat hij zijn vriend, die hem met verwondering naoogde, een laatsten groet met de hand had toegeworpen.

Toen don Miguel zich verwijderd had, stond de Canadees een poosje somber te peinzen, ten prooi aan een onverklaarbare droefgeestigheid.

„Arme jonkman," mompelde hij met een diepen zucht, „is dit nu wat men verliefd noemt ?"

Maar terstond onderdrukte hij de zonderlinge vlaag van ontroering, die hem een oogenblik het hart had beklemd, en moedig het hoofd opheffende,zeide hij :

„Welnu 1 het lot is geworpen : voorwaarts 1"

Thans de kalmte en onverschillige houding van een Indiaan aannemende, stapte hij met langzamen tred naar de vlakte, terwijl hij de blikken zorgvuldig liet rondgaan om het terrein zooveel mogelijk te verkennen.

In de schitterende stralen der zon, die helder en glansrijk was opgegaan, had het groene veld, dat de Canadees doortrok, een inderdaad allerbekoorlijkst aanzien. Even als toen hij voor de eerste maal deze landstreek in oogenschouw nam, was alles rondom hem in drukke beweging.

Dank zij zijn nieuw uitwendig voorkomen, kon hij alles wat er omging op zijn gemak opnemen, en beschouwde hij het levendig tooneel met belangstellende nieuwsgierigheid; maar wat reeds dadelijk zijn bijzondere aandacht trok, was een troep ruiters, gekleed of liever geschilderd in hun vollen oorlogsdos en gewapend met die lange werpspiesen en pijlen met weerhaken, die de Indanen met zooveel behendigheid weten te gebruiken en welker wonden zoo gevaarlijk zijn. De meesten droegen bovendien nog een buks aan een band over den schouder en een reata, of lasso, aan den gordel. In geregelde orde en matigen draf, reden zij naar de stad, van een tegenovergestel den kant komende als de jager.

De menigte voetgangers op het veld en langs den weg bleven staan om hen in oogenschouw te nemen; Loer-Vogel maakte van deze gelegenheid gebruik en versnelde zijn stap om zich onder den nieuwsgierigen hoop te mengen, in welks midden hij, zoo als hij verlangde, weldra verdween, terwijl niemand er aan dacht om bijzonder op hem te letten.

De ruiters trokken steeds in gelijken draf voort, \zonder zich "2 met de

Almard. Spooraoakar. Sa dr. 1*

Sluiten