Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Vetrokken wij dan," antwoordde de Indiaan.

Loer-Vogel kreeg zyn medicijnen-kist, nam haar'zorgvuldig onder den arm, ging met den Sachem de cali uit, en beiden begaven zich met haastige stappen naar het paleis der Zonnemaagden, vergezeld of liever op eenigen afstand bewaakt door den Vliegende-Arend, die hen op de hielen volgde en hen geen oogenblik uit het oog verloor.

XXXIII.

OPHELDERINGEN.

Wij zijn weder verplicht eenige stappen in ons verhaal terug te treden, tot toelichting van sommige feiten en bijzonderheden, die wij opzettelijk in het duister hadden gelaten, maar die thans dringend vorderen door onze lezers te worden gekend.

In een vorig hoofdstuk hebben wij gezien hoe gemakkelijk don Estevan, Addick en de Roode-Wolf zich met elkander hadden verstaan, om gezamenlijk wraak te oefenen.

Doch zooals het gewoonlijk met dergelijke verbintenissen gaat, had ieder voor zich reeds dadelijk zijn eigen belang in het oog gehouden, en was don Estevan ongelukkig de eenige van de drie, die van dit verbond de minste voordeelen zou trekken.

Slechts weinige blanken kunnen, wat geslepenheid in het onderhandelen betreft, zich met de Roodhuiden meten.

De Indianen, evenals alle overwonnen volken sinds eeuwen onder een vernederend juk gebogen, hebben slechts een wapen onder hun bereik, een doodelijk wapen nochtans, waarmede zij meestal met goed gevolg hunne gelukkiger vijanden weten te bestrijden.

Dit wapen is de list, het wapen der lafhartigen of der zwakken, de verdediging van den slaaf tegen zijn meester.

De voorwaarden door de twee Indianen-hoofden aan don Estevan gesteld, waren eenvoudig en duidelijk omschreven. De opperhoofden zouden door middel van gewapende krijgslieden, onder hunne aanvoering, den Mexicaan in staat stellen zijn vijanden in handen te krijgen en zich aan hen te wreken; daarentegen zag don Estevan er van af om zijn nicht en het andere meisje, beiden te Quiepa-Tani gevangen, weder te zien en gaf hij deze in vollen eigendom over aan de twee opperhoofden, die dan met haar konden handelen naar goedvinden, zonder dat hij, don Estevan, op eenige manier, hoe het ook met de gevangenen gaan mocht, trachten zou ten haren behoeve tusschenbeide te treden.

Deze voorwaarden werden wederzijds zonder aanmerking aangenomen, en de Indiaansche opperhoofden maakten zich gereed om de bepalingen van het verdrag zoo spoedig mogelijk ten uitvoer te brengen.

De Roode-Wolf koesterde sedert lang tegen de beide jagers en don Miguel een doodelijken haat, omdat hij in zijn verschillende ontmoetingen

Sluiten