Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daad was het zoo eenvoudig mogelijk, en bestond alleen in het ontvoeren der gevangenen zoodra deze zich op den bewusten heuvel zouden bevinden. Dit was de eenige redelijke kans op welslagen; want om haar met geweld uit het paleis der Zonnemaagden op te lichten, daaraan viel -niet te denken.

Het uitstel van drie dagen voor het volvoeren van zyn plan, had LoerVogel noodzakelijk gekeurd, om den Vliegende-Arend naar zijn stam te kunnen afzenden en versterking te halen, die men wel noodig zou hebben om de karavaan op den terugtocht naar het kamp en verder naar Mexico te beschermen, daar zij zonder twijfel door de Indianen zouden worden vervolgd. Ook Vrij-Kogel zou zich intusschen uit de stad moeten verwijderen, om de Gambucinos te waarschuwen tegen den dag waarop de redding moest plaats hebben, ten einde alle noodlottig misverstand te verhoeden en de jagers in goede hinderlagen te posteeren.

Nog dienzelfden avond gingen de Vliegende-Arend, de "Wilde-Roos en Vry-Kogel scheep, zooals reeds vroeger was afgesproken, in de prauw waarmede de Roode-Wolf. volgens het bevel van Loer-Vogel hen aan de brug afwachtte. De Wilde-Roos zou zoolang in het jagerskamp achterblijven, tot de Vliegende-Arend met den uitmuntenden Arabier van don Estevan, een gezwinden tocht heen en weer naar zijn stam had gemaakt.

Nadat Loer-Vogel en don Miguel hunne vrienden, terwijl deze met de prauw de rivier afzakten, een poosje hadden nageoogd, keerden zij naar de calli van Atoyac terug. De eerwaarde Sachem, ofschoon in een alles behalve vriendelyke stemming, wegens de levering der twintig merriën, die de groote geneeskuur hem kosten zou, ontving hem nochtans naar zijn beste vermogen, te meer daar hij ten aanzien van zulke machtige mannen als de twee wonderartsen, de heilige wetten der gastvrijheid niet durfde schenden. Terwyl zij samen zaten te praten en te rooken, vertelde hy hun, dat Addick en de Roode-Wolf plotseling uit de stad verdwénen waren, zonder dat iemand wist wat er van hen gewerden was. Wat de Roode-Wolf betreft, hiervan waren de jagers niet onkundig, en zyn vertrek baarde hun geen ongerustheid; met Addick intusschen was dit anders, daar hun gastheer verzekerde dat hij met een sterke troep ruiters in vollen oorlogsdos was weggereden. Zij vermoedden dat de jonge hoofdman, zich bij don Estevan was gaan voegen, hetgeen hen aanspoorde om hun waakzaamheid te verdubbelen, daar zij van den kant dezer trouwelooze mannen, gewis eeA verraderlijken aanval konden verwachten.

De drie dagen, die er verloopen moesten eer de beslissende dag kwam, werden met bezoeken aan de lijderessen én met offeranden in den tempel doorgebracht. Intusschen scheen de tijd wel langzaam voort te gaan voor don Miguel en de jonge dames, die altijd in stillen angst verkeerden dat een of ander onverwacht onheil, het tot dusver zoo gelukkig geslaagde plan harer verlossing zou verstoren.

Op den laatsten dag bevonden Loer-Vogel en don Miguel, volgens gewoonte, zich weder in gesprek met dona Laura en dona Luisa, haar aanbevelende om zich in alles lijdelijk te gedragen en hun voorschriften strikt na te komen, toen zij een zacht geschoffel buiten de deur van het aangrenzend vertrek meenden te hooren. De voorzichtige jager zijn gelaat in de vereischte plooi zettende, haastte hy zich om de deur te openen en stond nu onverwacht tegenover den Amantzin, die verlegen terugdeinsde met de

Sluiten