Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Misschien was hij ledig; misschien zelfs waren de Roodhuiden er meester. Intusschen moest hij spoedig tot een besluit komen, hoedanig het ook wezen mocht. Terwijl hij den omtrek tot aan den versten horizon bespiedde, zag hij op ongeveer twee mijlen afstand een verwoeste haciënda. Ofschoon altoos zorgelijk, was het beter aldaar een schuilplaats te zoeken, dan in het open veld te kampeeren. De avonturiers gaven dus hun paarden de sporen, en twintig minuten later kwamen zy aan de landhoeve.

De haciënda droeg alle teekenen van brand en verwoesting; de gescheurde muren waren zwart van den rook, de deuren en vensters verbroken; te midden der puinhoopen lagen verscheidene üjken, zoowel van vrouwen als mannen, half verbrand en hier en daar op het patio — voorplein — geworpen. Don Miguel geleidde de bevende meisjes naar een der kamers, waar men eerst de verbroken meubelen, die den toegang versperden, moest wegruimen; na haar aldaar in veiligheid gebracht en ten sterkste aanbevolen te hebben om de kamer niet te verlaten, voegde hij zich weder bij zijn kameraden, die onder opzicht van Vry-Kogel zich zoo goed mogelijk in de haciënda legerden. Loer-Vogel was intusschen met Ruperto op verkenning uitgereden. Don Mariano, door vaderliefde aangevuurd, ageerde als vestingbouwer, en hield zich, door een tiental Gambucinos geholpen, bezig met het huis zoo goed mogelijk te versterken.

Als alle Mexicaansche haciendas aan de grenzen, was zij door een gekreneleerden muur omgeven. Don Miguel liet den ingang versperren; daarop weder in huis gaande, liet hij de deuren en vensters herstellen, overal schietgaten maken, en schildwachten plaatsen, zoowel op het voorplein als op het azotea — dak. Toen stelde hij twaalf van de dapperste mannen onder commando van Vrij-Kogel en beval hem, om met deze kleine troep, zich achter een kleinen met hout bewassen heuvel, op twee honderd ellen afstand van de haciënda te verbergen. Vervolgens telde hij zyn eigen troep, die met inbegrip van don Mariano en zijn twee bedienden, niet meer dan een en twintig koppen telde; maar deze mannen waren avonturiers, vast besloten, om zich veeleer tot den laatsten man te laten dooden, dan zich over te geven. Don Miguel gaf alle hoop nog niet verloren. Eindelyk, na al deze voorzorgen genomen te hebben, wachtte hij de terugkomst van Ruperto af, die weldra verscheen; zyn berichten waren niet geruststellend.

De Roodhuiden hadden zich van de presido bij verrassing meester gemaakt ; de burcht was geheel uitgeplunderd en daarna weder verlaten. Talrijke benden Apachen liepen het omliggende land in alle richtingen af, en het bleek duidelijk dat de avonturiers zich geen uur ver buiten de haciënda zouden kunnen wagen, zonder op een hinderlaag te stooten. Eindelijk kwam ook Loer-Vogel terug; hij bracht een versterking van omtrent veertig Mexicaansche soldaten en boeren mede, die sedert twee dagen hadden rondgezworven, ieder oogenblik in gevaar van door de Roodhuiden te worden aangevallen, daar deze al de blanken, welke zy in handen kregen, om hals brachten. Don Miguel ontving met blijdschap deze onverwachte hulp; een versterking van veertig man was niet te versmaden, te minder daar allen gewapend en dus in staat waren goeden dienst te bewijzen. Loer-Vogel, als een goed fouragemeester, bracht tevens verscheidene muilezels met levensmiddelen mede.

De schrandere Canadees was op alles bedacht en zorgde voor alles. Nadat

Sluiten