Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i

„Vooruit! vooruit I" krijschte don Leo, terwijl hij zich als een wanhopige in den strijd mengde.

„Vooruit I" herhaalden Vry-Kogel en Loer-Vogel.

Op dit oogenblik verschenen de jonge meisjes aan het venster, vervolgd door de Roodhuiden, die haar aangrepen en ondanks haar wanhopigen tegenstand wegdroegen. Alles was verloren 1 *

Maar op dit laatste oogenblik klonk de oorlogskreet der Comanchen en deed het luchtruim daveren — een wolk van krijgers, met den VliegendenArend aan het hoofd, viel als een donderbui op de Apachen, die zich reeds overwinnaars waanden. Aan alle zijden omsingeld, waren dezen eindelijk genoodzaakt te wijken, en in een overhaasten aftocht hun behoud te zoeken.

De Mexicanen zagen zich gered, op het oogenblik toen zij dachten dat hun niets meer overbleef dan zich man voor man te laten afmaken, om hun vijanden niet. levend in handen te vallen.'

BESLUIT.

Twee uren later verbleekte het flauwe maanlicht en bescheen de opgaande zon het akelige tooneel der haciënda, waar zulk een hardnekkige en bloedige worsteling bad plaats gehad.

De avonturiers en de strijdhaftige Comanchen, die zoo gelukkig nog in tijds waren aangekomen om hun ondergang te verhoeden, hadden reeds zooveel mogelijk de sporen van het gevecht doen verdwijnen.

In een verwyderden hoek van het voorplein, lagen de verminkte lijken van hen die in den strijd waren gevallen, opeengehoopt en zoo goed mogelijk met stroo bedekt. De Comanchen hielden een twintigtal gevangen Apachen in bewaring, terwijl de avonturiers bezig waren, sommigen hun wonden te verbinden, anderen met groote kuilen te delven om er de dooden in te begraven.

Onder de verandah van het hoofdgebouw, op eenige bossen stroo met zarapes bedekt, lagen twee mannen en een vrouw uitgestrekt. De vrouw was dood, het was dona Luisa. Het arme kind, wier gansche leven een aaneenschakeling van opoffering en zelfverloochening geweest was, had zich vol moed laten dooden door don Estevan, op het oogenblik toen zij zelve Addick een kogel door het hoofd joeg, daar hij dona Laura wilde wegvoeren.

De twee mannen waren don Mariano en Vrij-Kogel.

Don Miguel en Laura zaten aan weerszijden van den grijsaard, en bewaakten in stilte het oogenblik wanneer hij de oogen weder zou openen.

Loer-Vogel, treurig en met een bleek gezicht, was bij zyn ouden vriend nedergehurkt, die welhaast sterven zou.

„Schep moed t myn broeder, schep moed 1" zeide hij, „het is niets."

De Canadees poogde nog te glimlachen.

„Hm I mompelde hy met een gebroken stem, „ik weet wel hoe het met

Sluiten