Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorpooten in de zijde, wierp zijn kop in den hals en deed telkens een spottend gelach hooren.

Ik heb meermalen hooren zeggen, dat het een wetenschappelijk vraagstuk is, of apen kunnen lachen. Ik denk, dat zij, die zulk een vraag gesteld hebben, kamergeleerden waren, die nooit een aap hebben bestudeerd.

Ik voor mij, die jarenlang een zeer vertrouwelijken omgang met Joli-Coeur gehad heb, durf gerust beweren, dat hij wel degelijk lachte, dikwijls zelfs op een wijze, die mij geducht ergeren kon. Zijn laeh was wel niet precies dezelfde, als die van een mensen, maar wanneer de een of andere gebeurtenis zijn vroolijkheid opwekte, trok hij de hoeken van zijn mond naar achteren en zijn oogen samen; zijn kaken gingen dan snel op en neer en zijn zwarte oogen schenen vuur te schieten, alsof het doove kooien waren, die men aanblies. Zelfs bemerkte ik al spoedig, dat hij de eigenaardige teekerien van lachen vertoonde, bij gelegenheden, die zeer pijnlijk voor mijn eigenliefde waren. — Nu uw toilet in orde is, sprak Vitalis, terwijl ik mijn hoed opzette, zullen Wij aan het werk gaan, om morgen met den marktdag een groote voorstelling te,geven, waarbij gij voor de eerste maal zult optreden.

Ik vroeg wat optreden was, en Vitalis legde mij toen uit dat dit was voor de eerste maal als tooneelspeler in het publiek verschijnen.

— Morgen zullen wij onze eerste voorstelling geven, zei hij en daarin zult gij optreden. Gij moet dus de rol, die ik voor « bestemd heb, eerst repeteeren.

Mijn verbaasde blik zei hem, dat ik niets van dat alles begreep.

— Men verstaat onder een rol. al datgene wat men gedurende een voorstelling te doen heeft. Ik heb u niet medegenomen louter en alleen om u een pleizierige wandeling te bezorgen. Daar ben ik niet rijk genoeg voor. Gij moet werken. En uw werk bestaat daarin, dat gij tooneelvoorstellingen met mijn honden en Joli-Coeur geeft.

— Maar ik kan geen komedie spelen! riep ik verschrikt uit.

— Juist daarom zal ik het u leeren. Gij begrijpt toch wel, dat Capi niet van nature zoo bevallig op zijn beide achterpooten loopt, evenmin als Dolce voor haar pleizier touwtje sprjngt. Capi heeft geleerd om op zijn achterste pooten te staan en Dolce heeft touwtje leeren springen; zij hebben zelfs hard en lang moeten werken om deze vaardigheden te verkrijgen, evenals om bekwame tooneelspelers te wezen. Welnu, gij moet ook werken, om de verschillende rollen te leeren, die gij met hen te vervullen hebt. Laten we dus beginnen.,

Ik had in dien tijd zonderlinge begrippen van werken. Ik meende, dat werken bestond m den grond om te spitten, of een boom te kappen, of steenen te bikken en kon mij geen andere bezigheden voorstellen.

— Het stuk, dat wij zullen geven, vervolgde Vitalis, heet De knecht van den heer Joli-Coeur, of de domste van de twee is niet dien men denkt. Ik zal u het onderwerp mededeelen: De heer Joli-Coeur' heeft tot nog toe een knecht gehad, ovejr wien hij zeer tevreden was, dat is Capi. Maar Capi wordt oud; en bovendien wil ook de heer Joli-Coeur wel een nieuwen bediende. Capi neemt het op zich om hem een ander te bezorgen

Maar het zal geen hond zijn, dien hij hem tot opvolger geeft; het zal een knaap wezen, een boer, Rémi genaamd. — Zooals ik?

— Neen, niet zooals gij; maar gij zelf. Gij hebt uw dorp verlaten om in dienst te treden van, Joli-Coeur. — Apen hebben geen bedienden.

— In een kómedie wel. Gij meldt u dus aan, maar de heer Joli-Coeur vindt dat ge er te dom uitziet. — Dat is niet prettig.

i T^3' doet er dat toe' het is immers gekheid? Stel u dus voor, dat ge werkelijk bq een heer uw dienst komt aanbieden èn dat men u beveelt de tafel te dekken. Hier staat er juist een, die in onze voorstelling gebruikt kan worden Ga dus uw gang. Op die tafel lagen borden, een glas, een vork, een mes en servetten Hoe moest men dat alles leggen? Terwijl ik hierover stond na te dénken en de armen slap langs mijn lijf liet hangen, een weinig voorovergebogen en met half geopenden mond, niet wetende, waarmee te beginnen, klapte mijn meester in de handen en riep lachende uit: *

— Bravo! Bravo! dat is uitmuntend. Uw mimiek is uitstekend. De knaap dien ik vóór u had, zette een slim gelaat, dat duidelijk te kennen gaf: Gij zult eens zien, hoe dom ik wezen kan." Gij daarentegen zegt niets en uw ongekunsteld gezicht is bewonderenswaardig.

Sluiten