Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dame met een edel, eenigszins droevig voorkomen, en een knaap van mijn leeftijd ongeveer en die mij toescheen te liggen, terwijl de dame stond.

Zeker was het de knaap geweest, die bravo had geroepen.

Spoedig was ik van mijn verrassing bekomen, want er was niets in die verschijning, dat mij bang maakte; ik nam mijn hoed af om te bedanken voor de toejuiching.

— Speelt ge voor uw pleizier? vroeg de dame mij in een vreemden tongval.

— Ik deed het om mijn troepje te oefenen en ook om mij eenige afleiding

te bezorgen. De knaap wenkte de dame, die zich over hem heen boog.

— Wilt ge nog wat spelen? vroeg de dame, het hoofd opheffende.

Of ik nog wat wilde spelen! Spelen voor een publiek, dat mij zoo juist van pas kwam. Ik liet mij niet bidden.

— Wil u een dans of een comedie? vroeg ik.

— O, een comedie! riep de knaap.

Maar de dame zei, dat zij liever een dans wilde zien.

— Een dans duurt zoo kort, zei de knaap.

— Na den dans kunnen wij verscheidene toeren verrichten, zooals die in het paarden spel te Parijs vertoond worden, indien het geëerde publiek dit verlangt, zei ik.

Dit was een uitdukking van mijn patroon en ik trachtte die met evenveel waardigheid te uiten. Bij nader inzien was ik blij, dat men de comedie niet verlangd had, want ik zou vrij wat moeite hebben gehad om ze behoorlijk van stapel te doen loopen, vooreerst omdat Zerbino er niet was en ook, omdat ik de costumes en hetgeen er verder bijhoorde, miste.

Ik nam dus mijn harp en begon een wals te spelen. Dadelijk sloeg Capi zijn twee pooten om het lijf van Dolce en zij begonnen rond te draaien op de maat Daarop deed Joli-Coeur een dans alleen. Toen volgden de andere stukken, die wij konden uitvoeren en wij voelden onze moeheid niet meer. Wat mijn acteurs betrof, die begrepen zeker, dat zij voor al hun moeite een goed maal zouden krijgen en zij deden evengoed hun best als ik.

Opeens, te midden van een der kunstverrichtingen, zag ik Zerbino uit het kreupelhout te voorschijn komen, en toen zijn kameraden in zijn nabijheid waren, nam hij te midden van hen plaats en vervulde zijn roL

Terwijl ik speelde en op mijn troepje lette, wierp ik nu en dan een blik naar den knaap, die zonderling genoeg, hoewel hij veel vermaak schepte in de vertooning, zich niet verroerde. Hij bleef uitgestrekt liggen zonder zich te bewegen; nu en dan klapte hij in de handen.

Was hij lam? Hij scheen op een plank vastgebonden.

Intusschen was het schip tegen den oever komen liggen, waar ik stond en ik zag nu den jongen, alsof ik zelf op de schuit had gestaan. Hij had blonde haren en zijn gelaat was zeer bleek, zód bleek, dat men de blauwe aderen van zijn voorhoofd onder zijn doorschijnend vel zien kon. Zijn gelaat had iets treurigs en pijnlijks als van een zieke.

— Hoeveel kost een plaats bij uw vertooning? vroeg de dame.

— Men betaalt naarmate het genoegen, dat ze gegeven heeft.

— Dan moet u heel veel betalen, mama, zei de knaap, en hij voegde er' toen iets bij in een taal, die ik niet verstond.

— Arthur wil uw diertjes van dichterbij zien.

Ik gaf Capi een teeken, die terstond zijn loop nam en in de boot sprong

— En de anderen! riep Arthur. — Zerbino en Dolce volgden hun makker.

— En de aap! — Ook Joli-Coeur kon gemakkelijk den sprong doen; maar als hij eens aan boord was, kon hij zich wel eens vrijheden veroorloven die niet in den smaak der dame vielen.

— Is hij nijdig? vroeg zij.

,~. 0 n**11' mevrouw, maar hij is niet altijd gehoorzaam en ik ben bang, dat hij iets doet, dat niet goed is.

— Welnu, kom zelf dan maar met hem mede.

Bij die woorden gaf zij een wenk aan een man, die bij het roer stond' en deze kwam terstond naar de plecht met een plank, waarvan hij het uiteinde op den kant legde. Over deze brug kon ik nu op het schip komen zonder den gevaarlijken sprong te wagen en ik liep er met waardigheid overheen met mijn harp over den schouder en mijn aap in de hand.

— O, de aap! de aap! riep Arthur.

Sluiten