Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit gaf mij ■weder eenigen moed, want ik verkeerde geheel onder den invloed van het besef een vondeling te zijn en verbeeldde mij, dat, indien wij binnen tien minuten vertrekken moesten, het was, omdat mijn meester mijn geboorte had verteld.

Toen ik binnentrad, vond ik Arthur in tranen badende, terwijl mevrouw Milligan zich over hend heenboog, om hem te troosten

— Gij gaat immers niet vertrekken, Rémi, riep Arthur uit.

Mevrouw Milligan antwoordde hem in mijn plaats en vertelde hem, dat ik gehoorzamen moest.

— Ik heb uw meester verzocht u bij ons te mogen houden, zei zij, op een toon, die mij de tranen in de oogen deed komen, maar hij wilde er niet in toestemmen en niets heeft hem van zijn besluit kunnen afbrengen.

— Het is een slechte man! riep Arthur.

— Neen, het is geen slechte man, sprak zijn moeder; gij zijt hem van dienst en ik geloof bovendien, dat hij veel van u houdt. Uit zijn" spreken kan men opmaken, dat hij een fatsoenlijk man is en dat hij het vroeger stellig beter gehad heeft. Om mij zijn weigering te verklaren, zei hij: „Ik houd van dat kind en hij van mij; het leven, dat hij bij mij leidt, is hem van meer nut dan de dienstbaarheid, waarin hij, ondanks u zelf, bij u verkeert. Gij zoudt hem laten leeren en een rijke opvoeding geven; gij zoudt zijn geest vormen, maar niet zijn karakter. Hij kan uw zoon niet wezen; hij zal de mijne zijn; dat is beter voor hem, dan dat hij een speelbal van uw ziek kind is, en hoe goed en braaf deze knaap mij ook schijnt, zal ik hem toch een opvoeding weten te geven."

— Maar hij is toch de vader niet van Rémi! riep Arthur.

— Hij is zijn vader niet, daar hebt gij gelijk in, maar hij is zijn meester en Rémi behoort hem toe, daar zijn ouders hem verhuurd hebben. Voor het oogenblik moet Rémi hem gehoorzamen. — Rémi mag niet vertrekken.

— Hij moet zijn meester volgen, maar ik hoop slechts voor korten tijd. "Wij zullen aan zijn ouders schrijven en ik zal het met hen wel in orde