Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bovendien, ofschoon de aap slechts een dier is, volgens de natuurkundigen, komt hij een mensch zoo nabij, dat hij ook de ziekten van een mensch heeft. Was het niet van belang, ook uit een wetenschappelijk oogpunt, om na te gaan in hoeverre die ziekten met de menschelijke ziekten overeenstemmen, of daarvan afwijken?

De Italianen bezitten grooten tact om 'te vleien en de dokter kwam eindelijk bij het bed. Terwijl mijn meester sprak, had Joli-Coeur, die zeker geraden had, dat die heer met zijn bril een dokter was, wel tien keer zijn pootje nitge| stoken om gelaten te worden

— Zie nu eens, hoe verstandig die aap is; hij begrijpt, dat u een dokter is en hij steekt zijn poot uit, om zijn pols te laten voelen.

Dit gaf voor den dokter den doorslag.

— In ieder geval, zei hij, is de zaak misschien niet van belang ontbloot. Voor ons was die zaak echter hoogst treurig en verontrustend; de arme

Joli-Coeur werd aoor een bloedspuwing bedreigd.

Het pootje, dat hij zoo dikwijls had uitgestoken, nam de dokter in z^n hand en met zijn lancet opende hij een ader, zonder dat het dier een kreet slaakte.

Hij wist dat dit het middel was om te genezen.

Na de aderlating kwamen de pappen en de drankjes. Natuurlijk bleef ik niet in bed; ik werd de ziekenoppasser, onder leiding van Vitalis.

De arme Joli-Coeur wilde gaarne door mij verpleegd worden en hij beloon\ de me met zijn vriendelijksten glimlach; zijn blik had iets erg menschelijks.

Hij, anders zoo vroolijk, zoo dartel, zoo weerbarstig en altijd er op uit om ! ons een streek te spelen, was thans de rust en gehoorzaamheid zelve.

Het scheen, dat hij behoefte had, dat men hem vriendschap betoonde; hij ' vroeg die zelfs van Capi, dien hij zoo vaak geplaagd had.

Als een bedorven kind wilde hij ons allen bij zich hebben en hij was boos, ' als een van ons de kamer verliet.

Zijn ziekte had den gewonen loop, dien alle borstaandoeningen hebben; wel1; dra begon hij te hoesten en die hoest matte hem af door de gestadige schokken, waaraan zijn lichaam was blootgesteld.

De vijf stuivers, die mijn geheele bezitting uitmaakten, besteedde ik om suiII kererwtjes voor Joli-Coeur te koopen. Ongelukkigerwijze werd hij daardoor ! erger in plaats van beter. Aan zijn gewone opmerkzaamheid toch ontging het f niet, dat ik hem suikererwtjes gaf, zoo dikwijls hij hoestte.

Van die opmerking maakte hij gebruik om elk oogenblik te hoesten, tenein!. de zooveel te vaker het geneesmiddel te krijgen, dat hij zoo lekker vond, zoo\. dat hem dit, in plaats van te genezen, erger maakte.

Toen ik zijn list had begrepen, hield ik mijn suikererwtjes terug, maar dit |, ontmoedigde hem-niet; hij begon.mij met smeekende oogen aan te zien en, als t dit niet baatte, ging hij op zijn kussen zitten, en, in tweeën gevouwen, met zijn 1 hand op zijn buik, hoestte hij .zoo erg, als hij maar kon; zijn gelaat werd rood; j de aderen van zijn voorhoofd zwollen op; de tranen liepen hem over de wan| 1 gen en hij eindigde met bijna te stikken; thans was het geen comediespel meer, maar volkomen ernst.

Mijn meester , had mij nooit inzage in zijn zaken gegeven en slechts door een toevallige omstandigheid had ik vernomen, dat hij zijn horloge had moeten verkoopen, om mij een schapevacht te bezorgen. In de moeilijke omstandiger héden, welke wij nu beleefden, meende hij van den regel te moeten afwijken.

Op een morgen, dat hij van het ontbijt terugkwam, terwijl ik bij Joli-Coeur ! was gebleven, dien wij niet alleen lieten, deelde hij me mede, dat de herbergier ] betaling gevraagd had voor hetgeen wij hem schuldig waren en dat wij na de voldoening van diens rekening slechts een gulden overhielden.

Wat nu te doen? Natuurlijk wist ik geen antwoord op die vraag.

Hij zelf wist ook geen ander antwoord, dan dat wij nog dienzelfden avond j. een voorstelling zouden geven. Een voorstelling zonder Zerbino, zonder, Dolce, zonder Joli-Coeur! Dit scheen me onmogelijk.

Maar wij waren niet in een toestand om ons zelfs door het onmogelijke te f laten weerhouden. Wij moesten, wat het ook kosten mocht, Joli-Coeur versi Vplegen en redden; de dokter, de medicijnen, het vuur, de kamer, alles eischte dat wij onmiddellijk tenminste twintig gulden bijeenbrachten, teneinde den 1 herbergier te betalen, die, als hij maar ééns geld van ons gezien had, ons wel i langer krediet zou geven.

Sluiten