Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN PADRONE UIT DE STRAAT LOURCR*E. IVII.

Hoewel ik al wat mij omringde even leelijk vond, moest ik toen mijn oogen wijd openen om alles aandachtig op te nemen en vergat ik bijna in welk een ernstigen toestand ik mij bevond. Hoe verder wij in Parijs doordrongen, boe minder het aan mijn kinderlijke droomen en mijn verwachtingen beantwoordde; de bevroren grachten wasemden een vuilen geur uit; de slijk werd hoe langer hoe zwarter en wanneer zij niet meer uit ijs of sneeuw bestond, dan spatte zij om de wielen der rijtuigen en bemorste de ruiten der onaanzienlijke winkels. Parijs kon ongetwijfeld niet bij Bordeaux vergeleken worden.

Toen wij geruimen tijd een breede straat, die minder onaanzienlijk was dan die, welke wij reeds waren doorgegaan, hadden gevolgd en waarin de winkels hoe langer hoe beter werden, naarmate wij verder kwamen, sloeg Vitalis rechts om en een oogenblik later bevonden we ons in een zeer armoedige wijk der stad met hooge huizen, die door hun zwarte gevels nog hooger schenen; het water liep uit de ontdooide goten midden door de straat en, zonder zich om dat vuile water te bekommeren, schreed een dichte menigte over de modderachtige steenen voort. Nooit had ik zulke bleeke gezichten gezien als van deze menschen; evenzoo trof mij de onbeschaamdheid der kinderen; in de vele kroegen zaten of stonden mannen en vrouwen aan de toonbank te drinken, terwijl zij om het hardst schreeuwden.

Op den hoek van een straat las ik den naam Lourcine. Vitahs, die dén weg scheen te kennen, ontweek behoedzaam de voorbijgangers, die hem den doortocht belemmerden en ik volgde hem op den voet.

— Pas op, dat gij mij niet verliest, zei hij.

Maar deze aansporing was noodeloos; ik liep vlak achter hem en voor alle zekerheid hield ik een pand van zijn jas vast.

Nadat wij een groote plaats en een gang waren doorgegaan, bereikten wij een soort van loods, die er zeer donker en vermolmd uitzag, en waarin de zon zeker nooit haar stralen had geworpen. Dit was nog leelijker en verschrikkelijker dan alles, wat ik tot nogtoe gezien