Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar hij kreeg geen antwoord, zelfs de echo weerkaatste de stem niet, die binnen de wanden van de gang besloten bleet

— Hij zal ook een zijgang hebben opgezocht, hernam de schoolmeester; honderdvijftig menschen zullen toch niet verdrinken; dat zou vreeselijk zijn.

Dit echter sprak hij niet óp denzelfden overtuigenden toon. Honderdvijftig menschen minstens waren 's morgens de mijn ingegaan; hoeveel hadden haar door de schacht kunnen verlaten of een schuilplaats kunnen opzoeken, zooals wij? Al onze makkers omgekomen, verdronken, doodl Niemand durfde een woord spreken. Maar in een toestand als de onze, wordt het hart niet blijvend door medehjden of sympathie beheerscht

— En wij dan? vroeg een ander, na een pooa gezwegen te hebben, wat zullen wij doen? — Wat wilt gij doen?

— Er schiet ons niets anders over dan geduldig af te wachten, hernam de schoolmeester. — Wat afwachten?

— Wachten; want zoudt gij dan die veertig of vijftig meters, die ons van het daglicht scheiden, met het haakje van uw lamp willen doorboren?

— Maar wij zullen van honger sterven

— Dat is niet het grootste gevaar, dat ons bedreigt.

— Kom, meester, zeg ons wat gij ervan denkt, gij maakt ons waarlijk bang; ■waar schuilt dan het gevaar, het grootste gevaar?

— Aan den honger kan men weerstand bieden; ik heb wel eens gelezen, dat mijnwerkers, die, evenals wij, door het water overvallen waren, vier-en-twintig dagen zonder eten gebleven zijn; het is vele jaren geleden, het gebeurde tijdens de godsdienstoorlogen, maar al was het gisteren gebeurd, dan zou dit hetzelfde wezen' Neen, ik ben voor den hongerdood niet bang.

— Waarvoor zijt ge dan bevreesd, daar ge zelf beweert, dat het water niet meer stijgt

— Voelt gij u niet zwaar in het hoofd, geen kloppen of bonzen? Haalt gij gemakkelijk adem? — Ik niet.

— Ik heb hoofdpijn — Ik voel mij, of ik in zwijm zal vallen.

— Mijn slape