Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ie,s te zeggen. Toen de gedachtenwisseling over den tijd geëindigd was, zwe-

o„T c" 1CUC' ai-uecu zicii aan zijn eigen mijmeringen over te geven. Waarover lienen de miimerfnopn -ran mii™ t,omn.»j„„i n. . t _• ._

ir,— -- ——j p— »auigiaucui jui. weet net niet;

maar als ik ze beoordeel naar de mijne, dan waren ze verre van opbeurend Ondanks den beslissenden invloed van den meester, was ik nog volstrekt zoo zeker niet, dat we gered zouden worden. Ik was bang voor het water bang voor de duisternis, bang voor den dood. Die stilte drukte me loodzwaar; die donkere wanden van .de gang schenejci mij toe met al hun zwaarte op miin lichaam te rusten. Zou ik dan nooit Lize terugzien, noch Martha, noch Alexis noch Benjamin? Zou ik dan Arthur niet meer weerzien, noch mevrouw Milligan, noch Mattia? Zon men ooit aan Lize kunnen doen begrijpen, dat ik dood voor haar was? En moeder Barberin, arme moeder Barberin! Mijn gedachten werden hoe langer hoe treuriger; en wanneer ik tot eenige afleiding een blik wierp op mijn makkers, zag ik, dat zij even droevig gestemd waren als ik en gal ik mij| weer aan mijn zwaarmoedig gepeins over. Zij echter waren aan het leven in de mijn gewend en daardoor gevoelden zij minder behoefte aan versche lucht, licht en zonneschijn; de aarde woog hun niet zoo zwaar

Plotsehng maakte de stem van oom Gaspard een einde aan deze stilte.

— Ik denk, dat men niets voor onze redding beproeft.

uciuvi ëij uair — wij nooren niets. — De stad is verwoest, het was een aardbeving. • ~ Of,men meent, dat wij aUen verloren zijn en dat er niets voor ons te doen is. — Men heeft ons dus vergeten?

- ~. Wa.ar.°,m denkt eii dat Tan uw makkers? viel de meester in de rede; het

IS nipt hlllvilr Tan 11 nm tc ,o K„«„-,l „„1 /-•;• . , , . '

. ".- ~ Jr —.. „ V ucuuluccrcu' «ij weet wei, aat ais een ramp

' de mijnwerkers treft, zij elkander altijd bijstaan; en dat twintig, ja honde-Ti