Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geloofde geen oogenblik, dat gij verdronken zoudt zijn, zoodat, als het uithoozen maar snel genoeg gebeurde, men u ergens vinden zou. En terwijl Alexis klaagde en weende, herhaalde ik altijd bij mezelf: hij is nog niet dood, maar misschien zal hij sterven. En een ieder vroeg ik naar zijn meening. Hoe iang kan men zonder eten leven? Wanneer zou het water uitgepompt zijn? Wanneer zal men. de gang hebben doorgeboord? Maar niemand gaf mij het gewenschte antwoord. Toen men uw namen gevraagd had, en de ingenieur na Carrory, Rémi riep, ben ik weenend op den grond gevallen, en nadat men over mij heengeloopen had, ben ik opgestaan, zonder iets hiervan te hebben bemerkt, zoo gelukkig was ik.

Ik was er recht trotsch op, dat Mattia zooveel vertrouwen in mij stelde, zoo zelfs, dat hij niet had willen gelooven, dat ik sterven zou.

EEN MUZIEKLES.

XXVIIL

Ik had mij in de mijn vrienden gemaak; zulk een leed te zamen gedragen, brengt de harten nader tot elkander; men lijdt te zamen, men koesterde dezelfde hoop, men maakt één geheel uit. Zoowel oom Gaspard als de meester waren mij bijzonder genegen; en hoewel de ingenieur onze gevangenschap niet gedeeld had, had hij zich aan mij gehecht, zooals men onwillekeurig doet aan een kind, dat men van een wissen dood gered heeft; hij had mij bij zich genoodigd en ik moest aan zijn dochter een uitvoerig verhaal geven van alles, wat gedurende onze opsluiting had plaats gevonden.

Iedereen in Varses wilde mij zien. — Ik zal een plaats als werkman voor u zoeken, zei oom Gaspard, en dan blijft gij bij ons.

— Als gij op een onzer kantoren wilt zijn, zei de ingenieur, dan zal ik daarvoor zorgen.

Oom Gaspard vond het zeer natuurlijk, dat ik naar de mijn terugkeerde, waarin ook hij spoedig zou neerdalen, met die onbezorgdheid van hen die gewend zijn iederen dag het gevaar te trotseeren; maar ik, die zijn zorgeloosheid noch zijn moed bezat, ik was volstrekt niet geneigd om mijn tijdelijk beroep van mijnwerker weder te aanvaarden. Een mijn was heel mooi en belangrijk en ik was blij, dat ik er een gezien had, maar ik had er genoeg van gezien en ik gevoelde niet den minsten lust om naar de zijgang terug te keeren

Die gedachte alleen joeg mij reeds schrik aan Ik was bepaald niet geschikt voor onderaardschen arbeid; het leven in de open lucht, met de zon of zelfs een bedekte lucht boven mijn hoofd, stonden mij meer aan. Dit trachtte ik ook o.om Gaspard en den meester aan het verstand te brengen, waarover.de een zeer verbaasd scheen, terwijl de ander zich beklaagde, dat ik zoo weinig lust gtvoelde om mijnwerker te worden. Carrory, dien ik ontmoette, noemde mij een domkop.

Den ingenieur kon ik natuurlijk niet antwoorden, dat ik niet onder den grond wilde werken daar hij mij een plaats in' zijn bureau aanbood en mij onderwijs wilde doen geven; ik deelde hem dus liever de geheele waarheid mede.

7— Gij stelt dus meer prijs op een zwervend leven en uw vrijheid; ik heb het recht niet u dit te beletten, mijn jongen, volg uw eigen zin.

Het was waar, ik hield van een zwervend leven; ik had dit nooit zoo gevoeld als gedurende mijn gevangenschap in de zijgang; niet voor niets gewent men zich, om te gaan waarheen, en te doen, wat men wil en zijn eigen meester te blijven. Zoolang men alles in het Werk stelde om mij te Varses te houden, was Mattia al dien tijd treurig en afgetrokken geweest. Jk vroeg hem naar de oorzaak hiervan; hij had mij steeds ten antwoord gegeven, dat hij altijd zoo was; eerst toen ik hem vertelde, dat wij binnen drie dagen zouden vertrekken, bekende hij mij de reden van zijn zwaarmoedigheid, terwijl hij mij met tranen in de oogen de hand drukte.

— Gij zult mij dus niet aan mijn lot overlaten! riep hij uit.

Toen hij dit zei, gaf ik hem een hinken duw om hem te leeren, dat hij niet aan mij twijfelen mocht en ook om voor hem de aandoening te verbergen, die bij mij opwelde, toen ik deze ontboezeming hoorde. Dien kreet had hij geslaakt uit vriendschap en niet uit eigen belang. Mattia had mij niet noodig om aan den kost te komen; hij was in staat dien alleen te verdienen.

Sluiten