Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar de letters, waarmede de naam Tan de stad geschreven was, op de kaart vrij groot waren, moest ik mijn kaart wel gelooTen.

Wij besloten daarom in Mende de groote uitgave van een muziekles te bekostigen, want hoewel onze Terdiensten zeer weinig beteekenden, wilde ik toch het genoegen, dat Mattia wachtte, niet langer uitstellen.

Nadat wij in zijn gansche uitgestrektheid de Tlakte Tan Méjan doorgetrokken waren, die de ellendigste en onvruchtbaarste streek ter wereld is, waar water noch bosschen zijn te zien, en handel noch landbouw wordt uitgeoefend, waar men dorpen noch bewoners Tindt, kortom, waar men niet aan het leven wordt herinnerd en voortdurend omringd is door eenzame oorden, die slechts behoorlijkheid bezitten Toor hen, die ze in een rijtuig Toorbijsnellen, bereikten wij eindelijk Mende. Daar de aTond reeds was gevallen, konden wij dien dag aan ons Toornemen geen gevolg geTen om nog een les te nemen; boTendien walen wij uitgeput Tan Termoeienis.

Mattia was echter zoo Terlangend om te weten, of Mende, dat hem Tolstrekt niet zulk een belangrijke stad toescheen, als ik hem gezegd had, een muziekonderwijzer bezat, dat ik onder ons aTondeten aan de waardin Troeg, of zij niet een goed onderwijzer kende, die muziekles gaf. Zij antwoordde, dat onze vraag haar ten hoogste verwonderde; kenden wij dan den heer Espinassous niet. — Wij komen uit een zeer ver verwijderde stad, zei ik. I

— Heel ver dus? — Uit Itahë, antwoordde Mattia.

Haar verbazing week, toen zij dit hoorde en zij begreep, dat, als we van zóóver kwamen, wij den heer Espinassous niet kenden, maar, zoo wij uit Lyon of Marseille afkomstig waren, zou zij ons stellig niet langer geantwoord hebben, daar wij al*" een zeer slechte opvoeding moesten hebben genoten om nooit van dezen beroemden man te hebben gehoord.

— Ik hoop, dat wij in goede handen zijn gevallen, zei Mattia in 't Italiaansch. En de oogen van mijn reisgezel schitterden van blijdschap. Ongetwijfeld zou

de heer Espinassous onmiddellijk al onze vragen beantwoorden; hij zou niet verlegen staan om ons alle redenen op te sommen, waarom de mallen de tonen verlagen en de kruisen die verhoogen

Eén vrees bekroop mij echter; zou zulk een beroemd kunstenaar er ooit in toestemmen om ons, armen drommels, les te geven.

— Heeft mijnheer Espinassous veel lessen? vroeg ik.

— O ja, ik geloof, dat hij er heel veel heeft; waarom zou hij met?

— Denkt gij, dat hij ons morgenochtend zou willen ontvangen?

— Zeker; hij ontvangt iedereen, als men maar geld heeft; dat spreekt vanzelf. Daar wij dit ook begrepen, waren wij gerustgesteld en TÓór dat wij insliepen,

bespraken wij nog lang en breed, ondanks onze Termoeienis, alle Tragen, die door ons den anderen dag onderworpen konden worden aan dezen beroemden onderwijzer. Nadat wij ons met de uiterste zorg gekleed hadden, of lieTer schoon goed hadden aangetrokken, de eqnige weelde, die wij ons konden veroorloTen, daar wij geen andere kleederen bezaten dan die, welke wij op onzèn rug droegen, namen wij ons muziekinstrument, Mattia zijn -viool en ik mij» harp, en we begaven ons op weg naar den heer Espinassous.

Capi had, zooals gewoonlijk, met ons mede willen gaan, maar wij hadden hem in den stal van de herberg Tastgelegd, daar wij het niet passend achtten om met een hond den beroemden musicus uit Mende op te zoeken

Toen wij de woning bereikt hadden, wélke men ons als die Tan den onderwijzer had aangewezen, meenden wij, dat men zich Tergist had, want aan de deur Tan dit huis bengelden twee koperen bekkens, wat nooit het uithangbord Tan een muziekonderwijzer zijn kon.

Terwijl wij dit uithangbord, dat gewoonlijk door een barbier gebruikt wordt, gadesloegen, trad ons juist een man Toorbij, aan wien wij de woning Tan den beer Espinassous vroegen.

— Daar binnen, gaf hij ten antwoord, op den barbierswinkel wijzende. Waarom zou een muziekonderwijzer ook niet in dezelfde woning als een

barbier gehuisvest zijn?

Wij traden binnen; de winkel was in twee gelijke deelen verdeeld; aan de rechterzijde lagen op eenige planken: borstels, kammen, potjes pommade en zeep; aan de linkerzijde hingen tegen den muur verscheidene muziekinstrumenten.

— Is mijnheer Espinassous tehuis? vroeg Mattia.

Sluiten