Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar alles van Alexis vertellen, en aan Martha wil ik verzoeken mii een brief te schrijven, dien ik haar dan zal voorlezen.

— Goed, antwoordde Mattia glimlachend.

Wij kwamen daarop overeen, dat wij den anderen morgen vertrekken zouden, en een gedeelte van den dag gebruikte ik om aan Martha te schrijven én haar mede te deelen, waarom ik haar niet, zooals mijn voornemen was kwam aezoeken. En den anderen morgen moest ik andermaal al het smartelijke van een afscheid ondervinden; maar nu ten minste verliet ik Chavanon niet zooals den vorigen keer met Vitalis; ik mocht moeder Barberin thans een afscheidskus geven, en haar beloven, dat ik zoo spoedig mogelijk met mijn ouders bii haar zou terugkomen. Den avond voor ons vertrek spraken wij nog geruimen tijd over het geschenk, dat ik haar geven zou; niets zou te mooi en te goed voor haar zijn; ik zou immers rijk worden?

— Niets heeft voor mij zooveel waarde als de koe mijn beste Rémi zei ze en met al uw rijkdom kunt gij mij niet gelukkiger maken dan gij gedaan hebt! toen grj arm waart. Wij moesten ook onze lieve kleine koe verlaten. Mattia drukte herhaaldelijk een kus op haar snuit, wat zij zeer prettig scheen te vinden, want bij eiken kus stak zij haar tong uit.

Wij bevonden ons thans weer op den grooten weg, met onzen ransel op den rug en Capi naast ons. Wij hepen met haastigen tred, of liever — van tijd tot ^TOd zonder te weten, wat ik deed, zette ik het op een drafje, zoo groot waa mijn verlangen om Parijs te bereiken.

Maar Mattia, die mij een korte r-os bijgehouden had waarschuwde mij, dat zoo ik op deze wijze bleef loopen, mijn klachten spoedig zouden zijn uitgeput: ik volgde zijn raad, om een oogenblik daarna weer denzeJden tred ie nemen

— Wat hebt gij een haast! zei Mattia op verdrietigen toon.

t ~Pat ^eb ^ ook> en ik vmd, dat gij die ook wel mocht hebben, want miin familie zal ook uw familie zijn.

Hij schudde het hoofd. Deze beweging, die ik reeds meer had opgemerkt als er van mijn familie sprake was, ergerde mij en deed mij leed.

— Wij zijn immers broeders?

— O, dat zijn wij voor elkander, daar twijfel ik niet aan; ik ben heden uw broeder en zal dat morgen ook zijn, dat geloof ik zeer goed, dat voel ik zelf.

— Welnu dan? — Welnu? Meent gij dan dat ik een broeder zijn zou van uw broeders en zusters, zoo gij die hebt, de zoon van uw vader en moeder?

— Als wij naar Lucca zouden gegaan zijn, was ik dan niet de broeder geworden van uw zuster Christina? — O ja, zeer zeker.

— Waarom zoudt gij dan niet de broeder worden van mijn broeders en zusters, zoo ik die heb?

— Omdat dit niet hetzelfde is, volstrekt niet hetzelfde.

— Waarom niet?

— Ik ben niet ir zulk fijn linnen gewikkeld geweest, ahtwoordde Mattia.

— Wat doet er dat toe?

— Dat doet er zeer veel toe; dat doet er alles toe; dat weet gij even goed als ik. Gij zoudt in Lucca gekomen zijn — en ik zie thans zeer goed dat gij nooit daarheen zult gaan — en aaar nooit door arme menschen zijn ontvangen, die

; mijn ouders waren en die u niets te verwijten haddén, omdat zij veel armer zijn dan gij. Maar als het uitkomt, zooals het fijne linnen voorspelt, zooals moeder Barberin denkt en zooals werkelijk het geval zal zijn, dan zijn uw ouders rijk; misschien behooren zij zelfs tot de aanzienlijkste menschen! Hoe zouden zij dan zulk een kleinen armen knaap, als ik ben. kunnen ontvangen?

— Ben ik dan zelf iets meer?

— Op het oogenblik niet, maar morsen zijt gij hun zoon en ik zal altijd dezelfde arme knaap blijven, die ik be.i; men zal u naar de academie zenden; men zal u meesters geven, terwijl ik altijd aüeen in de wereld zal blijven en mijn eigen weg zal moeten vinden, om dan aan u te denken, zooals ik hoop, dat gij ook aan mij zult doen.

— O, mijn goede, beste Mattia! hoe kunt gij zoo spreken?

— Ik spreek, zooals ik denk, o m i o c a r o r,, en daarom kan ik mij niet in uw geluk verheugen; daarom, daérom alleen ook, omdat wij van elkander zullen moeten scheiden; en ik meende, ik verbeeldde mij, dikwijls zelfs heb ik dat

*) O, mijn waarde.

Alleen op de Wereld, lgt dr. i2

Sluiten