Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wii dan doen. of ik ook nu eeliik heb. Bovendien snhip» «na nioio ho(nM

dan te zingen en te spelen; later zullen wij den tijd wel hebben om uit te rusten, als wij in uw rijtuig kunnen zitten. Te Parijs ben ik thuis en ik ken de goede plekjes. Hij kende die plekjes zoo goed, de groote pleinen, de binnenplaatsen, de koffiehuizen, enz., dat wij dien avond toen wij naar bed gingen, bijna vijftien francs hadden opgehaald. Toen ik mij ter ruste legde, herhaalde ik bij mijzelven een woord, dat ik dikwijls gehoord had van Vitalis: slechts hun, die het niet noodig hebben, is de fortuin gunstig. Zeker was die ruime verdienste een zeker bewijs, dat opeens mijn ouders vóór mij zouden staan.

Ik was zoo overtuigd van de waarheid van mijn voorgevoel, dat ik den anderen dag gaarne in het logement zou zijn gebleven; maar Mattia dwong me om met hem uit te gaan, en hij dwong mij ook om te spelen en te zingen en dien dag ontvingen wij wederom tusschen de tien en elf francs.

— Als uw ouders ons niet spoedig rijk maken, zei Mattia lachend, dan zullen wij het wel zonder hen ook worden. Dat zou nog wel zoo aardig zijn.

Drie dagen gingen er op die wijze voorbij, zonder dat er iets nieuws gebeurde en zonder dat de eigenares van het logement op mijn vragen, die altijd dezelfde waren, iets anders antwoordde dan: niemand is naar Barberin komen vragen en ik heb ook seen brief voor u of voor Rarhp rin nntvanopn FIpt,

vierden dag echter gaf zij mij een brief.

Het was een antwoord van vrouw Barberin, of liever een antwoord, dat zij aan mij had laten schrijven, want zelf kon zij evenmin schrijven als lezen.

Zij meldde mij, dat zij de tijding had ontvangen van Barberin's dood en dat zij kort te voren een brief van hem had gekregen, dien zij hierbij voegde, in de hoop, dat die mij van dienst kon zijn, daar hij eenige bijzonderheden omtrent mijn famihe bevatte.

— Gauw, gauw! riep Mattia uit, laten wij dadelijk den brief van Barberin lezen. Met bevende hand en kloppend hart opende ik den brief. Hij luidde:

Lieve Vrouw,

Ik lig in het gasthuis zoo ziek, dat ik niet geloof, dat ik ervan op zal komen. Als ik er de kracht toe had, zou ik u vertellen, hoe het gekomen is, dat ik zoo ziek ben geworden; maar dat kan tot niets leiden: liever deel ik u mede, wat van meer belang is. Als ik er niet van opkom, schrijf dan aan Greth en Gallay, Green-Square, Lincoln's Inn te Londen. Dai zijn rechtsgeleerden, die belast zijn met de taak om Rémi op te sporen. Sr-hrijf hun, dat gij alleen inlichtingen omtrent het kind kunt gevsn en zorg, dat ge u voor die inlichtingen goed laat betalen. Dat geld moet strekken om n een rustigen oudéndag te bezorgen. Gij zult vernemen, wat er van Rémi geworden is, als gij schrijft aan zekeren Acquin, vroeger tuinier, thans in de gevangenis Clichy te Parijs. Laat al de brieven door den pastoor schrijven, want in deze zaak moet gij aan niemand uw vertrouwen schenken. Doe evenwel niets, vóór gij zeker weet, dat ik dood ben

Wees voor de laatste maal gegroet van

BARRERIN.

Ik had bet laatste woord van den brief nog niet gelezen, toen Mattia opsprong met den kreet: — Wij gaan naar Londen?

E Ik was zoo verbaasd over heteeen ik celezen had. daf ilr Manie *ar,,r,a _„„_

der juist te begrijpen, wat hij zei.

— Daar Barberin schrijft, dat het Engelsche advocaten zijn, wien de taak is Opgedragen om u op te sporen, ging hij voort, ligt daarin opgesloten, dat uw ouders Engelschen zijn. — Maar

— Gij vindt het niet prettig een Engelschman te wezen, niet waar?

— Ik zou van hetzelfde land willen zijn, als Lize en de kinderen.

— Ik had liever gehad, dat gij een Italiaan waart.

— Als ik een Engelschman ben, behoor ik tot hetzelfde land als Arthur en mevrouw Milligan.

— Als gij een Engelschman zijt? Maar dat is zeker: als uw ouders Franschen waren, zouden zij toch geen Engelsche advocaten belasten om in FranlrriiV h*t

kind op te sporen, dat zij verloren hebben. Nu gij een Engelschman zijt, moet

Sluiten