Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hield Maitia niet op in allerlei ,vorm mij toe te voegen: „Laten wij naar Frankrijk terugkeeren." Dat liedje zong hij eiken dag op een nieuwe wijs. Maar ik stelde er altijd een ander tegenover, dat ook steeds hetzelfde was. „Ik mag mijn ouders niet verlaten." Omtrent de vraag, wat in dit geval mijn plicht gebood, konden wij het niet eens worden, en hoe lang wij erover praatten, het bracht ons niet verder, want ieder bleef bij zijn meening. „Gij moet heengaan." — „Ik moet blijven."

Toen ik op mijn onveranderlijk antwoord' volgen liet: „om Arthur terug te vinden," had Mattia niets meer te zeggen; hij kon geen partij kiezen tegen Aptbur: en moest ook niet mevrouw Milligan met de plannen van haar schoonbroeder bekend worden gemaakt?

Als wij op den beer James Milligan hadden willen wachten, terwijl wij dagelijks van den morgen tot den avond uitgingen, gelijk wij sedert onze komst te Londen hadden gedaan, zou dit niet heel verstandig zijn geweest, maar de tijd naderde, dat wij inplaats van overdag op straat muziek te maken, dit 's nachts zouden gaan doen; want 't is midden in den nacht, dat de zoogenaamde waits, de kerstserenades, plaats hebben Dan zouden wij overdag thuis blijven, een van ons zou de wacht houden en zeker zouden wij dan den oom van Arthur wel snappen. Als gij eens wist, hoe ik er naar verlang, dat gij 'mevrouw Milligan terugvindt, zei Mattia eens.

— Waarom?

Hij aarzelde geruimen tijd en zei eindelijk:

— Omdat zij zoo goed voor u is geweest. 'i A»

Toen voegde hij erbij: En omdat zij u misschien behulpzaam zou kunnen zijn om uw ouders terug te vinden. Mattia.

— Gij wilt dat niet van me hooren; ik verzeker u, dat het mijn schuld niet is; maar 't is me onmogelijk een oogenblik aan te nemen, dat gij tot de familie Driscoll behoort. — Zie al de leden van dat gezin eens aan en vergelijk u zeiven dan met hen. Ik spreek nu niet eens van hun vlasbollen, maar hebt ge die eigenaardige beweging van z