Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hii begrepen, dat er iets ernstigs gebeurde; hij had zich toen aangekleed, met zooveel haast, dat er twee knoopen van zijn vest waren gesprongen; en hij

had gevonden wie? of liever wat? Een hond. Ik had daarop niets te

antwoorden; maar mijn advocaat, die tot op dat oogenbhk gezwegen had, stond op, schudde zijn pruik, schoof zijne toga op de schouders glad en nam het woord.

— Wie heeft gisteren de deur van de kerk gesloten? vroeg hij.

— Ik, zei de koster zooals mijn plicht is. — Zijt gij daar zeker van?

— Als ik iets doe, ben ik zeker, dat ik het doe. — En als gij het niet doet?

— Dan ben ik zeker, dat ik het niet doe.

— Zeer goed; dus kunt gij zweren, dat gij den hond, waarvan hier sprake is, niet in de kerk hebt gesloten?

— Als de hond in de kerk was geweest, zou ik hem gezien hebben.

— Hebt gij goede oogen? — Ik heb oogen als iedereen.

— Zijt gij, zes maanden geleden, niet tegen een kalf geloopen, dat opengesneden voor den winkel' van een slachter hing?

— Ik zie het belang niet in van zulk een vraag aan een man van mijn kwaliteit! riep de koster uit, terwijl zijn gezicht blauw werd.

— Wilt gij mij de beleefdheid bewijzen om op die vraag te Antwoorden, alsof zij werkelijk van belang was?

— Het is waar, dat ik tegen een dier ben aangeloopen, dat zeer onhandig voor een winkel was opgehangen

— Hadt gij het dan niet gezien? — Ik was in gedachten verdiept.

— Hadt gij gegeten, toen gij de deur van de kerk sloot? — Zeker.

— En toen gij tegen het kalf aanliept, hadt gij toen ook niet gegeten?

— Maar

— Gij zegt, dat gij niet gegeten had? — Toch wel.

— En drinkt gij licht of zwaar bier? — Zwaar bier. _

— Hoeveel halve kannen? — Twee. — Nooit meer? — Wel eens drie.

— Nooit vier? Nooit zes? — Dat gebeurt zeer zelden

— Drinkt gij geen groc na uw middagmaal? — Soms.

— Houdt ge van sterken of slappen groc? — Niet te slap.

— Hoeveel glazen drinkt gij dan? — Dat hangt ervan af.

— Ziit gij bereid te zweren, dat gij soms. niet drie of vier glazen drinkt? Daar de koster, die hoe langer hoe blauwer werd, niet antwoordde, ging de

advocaat zitten en zei onder de hand:

— Die vragen bewijzen genoeg, dat de hond zeer goed in de kerk kon opgesloten zijn door den getuige, die na zijn middagmaal geen kalveren ziet, omdat hii in gedachten verdiept is. Dat is alles wat ik wilde weten.

Als ik gedurfd had, zou ik mijn advocaat om den hals zijn gevlogen. Ik was aeied. Waarom zou Capi niet in de kerk zijn opgesloten? Dat was zeer wel mogelijk. En als hij op die wijze opgesloten was, zou ik met m de kerk hebben ingebroken; ik was dus niet schuldig, daar dit het eenige bewijs was, dat tegen mij was aangevoerd. „„„„„„

Na den koster hoorde men de menschen, die met hem waren meegegaan, toen hij naar de kerk ging, maar zij hadden niets gezien, behalve het open raam waardoor de dieven waren ontvlucht. Daarna hoorde men mijn getuigen- Bob, zijn makker, den herbergier, die allen getuigden omtrent den tijd, waarop zij mij gezién hadden; een enkel punt werd echter niet opgehelderd en dit was van veel gewicht, omdat het den juisten tijd betrof, waarop ik het terrein van de wedrennen had verlaten. ... . ,„

Toen het getuigenverhoor was afgeloopen, vroeg de rechter mij, of ik niets te zeggen had, er bijvoegende, dat ik zwijgen kon. indien ik dit beter achtte

Ik zei dat ik onschuldig was en mijn zaak vertrouwde aan de rechtvaardigheid de'r rechters. Toen liet de rechter het proces-verbaal voorlezen van deverklaringen die ik had hooren afleggen en zei daarop, dat ik overgebracht Ton worden naar de gevangenis van het graafschap om daar te ™chten tot de groote rechtbank van gezworenen bijeenkwam, die beslissen zou of ik al dan niet naar het crimineel gerechtshof zou worden verwezen

Het crimineel gerechtshof! Ik zonk op mijn bank neer. Helaas! waarom had ik ook niet naar den raad van Mattia geluisterd!

Sluiten