Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mn, omdat de boot van zijn broer eiken Zaterdag naar Insignv vertrok en dat naar hij meende, de vloed zeer vroeg inviel. Hef wasVrijdSaS^ '

?aZf plaalS weer.in °P het str°° °nder de oM^ou^en huif en het paard, dat uitgerust was, liep in gestrekten draf voort ' "

™1Z f Hl ■ T Ja en neen' ^ ben bang, dat men mij weer vatten /al Al* «en vlucht, is dit dan geen bewijs, dat men schuld heef ? Da)vooral hindert me; wat zou ik tot mijn verdediging kunnen uitvoeren? * w{7„ii ar hehhen we ook wel aan gedacht; maar Bob was van oordeel dat schifnen! ^V^f* °™ ^ voorkomen> dat 8Ü ™or het gerecht moes 'verf™£ï i? 1 nfr20,0 t.reun8 daar geweest te zijn, zelfs al wordt men vriise ïïfcSÏÏ: ^ Zdf h6b durVCn zeggen' omdal * ^oten had n naar Ski S geSvIn?emen 611 d" T00rnemen miJ mi«chien een slechten raad zou het

— Gij hebt wèl gedaan, ik zal u altijd dankbaar zijn

— ür zal mets gebeuren, wees daar gerust op. Als de trein stilstaat zal agent zijn rapport hebben gemaakt, maar vóórmen de SrelelénOgenomen 5hpln^U hP Je Sp°^n' ^ er een heele tijd zijn verstreken en wThfbbTin

draf gereden. Bovendien kan men onmogelijk weten, dat wii naar Littlehampton zijn gereden om ons daar in te schepen. ]

w£7a,? f »r« dat' z0? men ons niet °P het spoor was, er heel veel kans bestond dat wij ons zouden kunnen inschepen, zonder dat wij ontdekriaren Maar ik was zoo zeker niet als Mattia, dat de politieagent bij zhnfankoms, aan het station zooveel tijd zou hebben verloren laten gaan om ons na te zet ten Dat was het gevaar en dit kon zeer groot zijn

Ons paard, dat flink gemend werd door Bob, legde intusschen in vliegenden v«ndh" eenzamen W,eg af. Van tijd tot tijd slechts8reden wij eenSe rluiSn voorbij maar geen een haalde ons in. In de dorpen, die wij doorreden vtnt 'Lt1^ rUSt e»sleChfS Zeer enkele vensterswaren verlicht. Alken gal Z££ nde» nu en dan' door aan te slaan- bIiik. dat zij onzen snellen rfc „Z tfnl Z1) veiToIgden ons nog l«ng met hun geblaf. Als na een ste K T /aard 00«enMik inhield om het te laten uitblazen, klommen wij even uit den wagen en legden wij het oor op den grond om te En

mt ™ ^'Jle-lTeT h°°rde dan Ternam geenerlei verdacht geMd Het was dan ook met meer om ons te verbergen, dat wij onder de huif lagen maar om ons te beschermen tegen de koude, want er woei een snerpende wind. Als wij met onze tong over de hppen streken, proefden wijlout- een bewijs, dat wij de zee naderden. Weldra^gen wij een licht dat meT tuss°hent poozen verdween, om dan weer te voorschijn te komen: hét was de baak. ,wb H-ld in.e° "et het stappen, nadat hij een zijweg was inge¬

slagen. Hier het hij ons uit den wagen klimmen en zei dat wij of hét paard moesten passen. Hij zelf ging zien, of zijn broer nog niet vertrokken was e%of wij zonder gevaar ons op zijn boot konden inschepen.

■m w°-6t bek1ennen' dat de tijd, dien Bob wegbleef, mij lang, ontzaglijk lang viel Wij spraken niet; wij hoorden op korten afstand de golven breken on af Sen ™g aeiesniieentomgheid' 016 on*e ontroering nog verhoogde. Mattia beefde

- 't Is van de kou, zei hij op fluisterenden toon.

Was dat waar? Zeker was het, dat als een koe of een schaap in de weide ™ n?.0"2/ we|.ll|P,..fl^een aanraakte of langs de heg schoof, wij nog ™f fntr°erKen- Einde,hjk hoorden wij voetstappen aan de zijde van den weg dien Bob was gevolgd. Hij moest het wezen; mijn lot zou worden beshs"

Bob was met alleen Toen hij naderbij kwam, zagen wij, dat er iemand bij hem was. Een man met een geoliede overjas en een wollen muts J

- Dat is mijn broer zei Bob. Hij wil u wel aan boord nemen; wij moeten scheiden; want men behoeft met te weten, dat ik hier geweest ben.

ik wilde Bob bedanken, maar hij viel mij in de rede en zei-

- Laten wij daarover niet praten; men moet elkander helpen; wii zullen elkaar nog wel eens weerzien. Het doet me pleizier. dat ik Mattia van dienst neb kunnen zijn. ' 1

Wij volgden den broer van Bob en weldra waren wij in de eenzame straten van het stadje. Na eenige omwegen, hadden wij de kade bereikt

Zonder een woord te spreken, wees ons Bobs broer naar een vaartuig dat gereed lag om te vertrekken Wij begrepen, dat dit het zijne was, en in weini-

Sluiten