Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij deze woorden betrok het lachende en opgewekte gezicht van Jan eenigszins, een kleine schaduw van verdriet verduisterde het even en hij zeide :

„Als u mij een plezier wilt doen, moeder, laten wij dan over het vertrek, dat wij daarnet hebben gezien, niet meer praten'.

„Waarom ?" vroeg mevrouw Robin, verbaasd over deze opmerking. „Het zal toch heel lastig zijn geen belang meer te stellen in dezen oorlog, welke over het lot van ons land zal beslissen".

De jongen keek op.

„Juist, omdat ik er zooveel belang in stel", zeide hij somber, „daarom vraag ik u er niet meer over te spreken".'

Bezorgd richtte zij haar blik op haar zoon en keek hem een oogenblik aan, voor hem opnieuw te ondervragen. Het was alsof zij reeds een voorgevoel had van wat hij zou zeggen.

„Je hebt er dus heel veel verdriet van", zeide zij langzaam en met nadruk, dat je niet, nu er oorlog is, in Frankrijk kan zijn ?" 4

„Ja," zeide hij, „maar daar ik niet gewoon ben lang verdriet te hebben over iets, wat ik voorkomen kan, benik "

Hier hield Jan plotseling op, toen hij het eenigszins angstige en verdrietige gezicht van zijn moeder zag.

„Wat wilt je zeggen ?" vroeg zij, „ga door...."

„Neen, moeder nog niet.... later wanneer mijn plan rijp is zal er nog tijd genoeg zijn, maar op dit oogenblik is het nog te vaag>J.

De moeder kwam naar haar zoon en legde haar arm om hem heen met dezelfde liefkoozende beweging, welke wij reeds van haar op de boulevard zagen.

„Toch geen dwaasheden ?" hernam zij met gezag. „Een knaap van jouw leeftijd heeft slechts één plicht zoolang de oorlog duurt, en dat is zijne bezigheden te verrichten zoo goed mogelijk, daar waar onze lieve Heer hem heeft geplaatst".

„Neen, moeder !" wierp het kind heftig tegen, „ondanks al den eerbied, welken ik voor u heb, ben ik toch verplicht u tegen te spreken. Het is niet de plicht van een jon-

Sluiten