Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK II

De gek van Barracas.

Wij hebben Jan' Robin een flinken, gehoorzamen jongen genoemd. Wij moéten echter toegeven, dat het voor een jongen met zulk een onafhankelijk karakter, als het zijne, dikwijls heel moeilijk is, altijd datgene te doen, wat zijn moeder van hem verlangt.

Dus zult gij denken, dat wil met andere woorden zeggen, dat hij dikwijls jokte en ongehoorzaam was.

Neen, volstrekt niet, geduld even. Wij zullen u, zoodra u alle bijzonderheden kent, zelf laten beslissen of hij een dergelijk oordeel in dit onderhavig geval verdient.

Op ongeveer 200 Meter afstand van mevrouw Robin's woning stond een somber huis, omringd door een dubbele schutting, welke het geheel afzonderde en het een geheimzinnig aanzien gaf.

De geheimzinnigheid hiervan werd zoo algemeen besproken, dat de moeders in de buurt het gebruikte om ondeugende kinderen schrik aan te jagen. Er waren zelfs menschen, die beweerden, dat het een soort werkplaats van valsche munters was en de politie voor den bewoner gewaarschuwd hadden.

Toegegeven moet worden, dat de bewoner door zijn zeer zonderlinge gewoonten, dergelijke verdachtmakingen geheel rechtvaardigde. Niemand kon met zekerheid zeggen, hoe deze man aan den kost kwam. Zijn naam was Tolbach, maar men wist niet van waar hij kwam en iedereen, die over hem sprak noemde hem „de geleerde".

Sluiten