Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ge oogenblikken oplettend naar buiten gekeken te hebben, greep de geleerde den jongen bij den arm.

„Zie je ongeveer 200 Meter van hier die katten daar op den weg ?" vroeg hij.

„Ja, ik zie ze", antwoordde de jongen verschrikt.

„Goed, ik zal ze dooden !"

„Met een geweer of met een met samengeperste lucht geladen pistool ?"

„Neen, eenvoudig door een electrischen stroom, welken ik van hieruit zonder één enkele draad op hen kan overbrengen. ... let maar eens op".

Tolbach haalde uit een hoek van zijn laboratorium een klein voorwerp te voorschijn, dat den vorm van een hamer had. Jan herkende het dadelijk, daar het denzelfden hamer was, welken de geleerde op den bewusten avond tegen hem gebruikt had.

Nu zag hij dat het van gepolijst staal was en door draden verbonden was met een soort ovalen doos, die op een tafel stond.

/ De geleerde begon met een kronkeling uit de daden te wringen, daarna schatte hij op het oog den afstand, waarop hij zich van het doel bevond en drukte toen op een veer.

Onmiddellijk knetterde de doos, een blauwachtig schijnsel verhchte het vertrek en het gemiauw der katten, dat men eerst hoorde, veranderde in kreten van pijn.

Jan snelde naar het raam en zag de katten opspringen, over elkander buitelen en eindelijk dood op den weg neer te vallen.

Kalm deed Tolbach het raam dicht. ' v „Heb je het gezien ?" vroeg hij.

De knaap stond verstomd nu hij de uitwerking van de geheimzinnige kracht van den geleerde zag.

„Ja, nu geloof ik", mompelde hij, „dat U groote dingen ^ult kunnen doen."

Zonder iets te zeggen, haalde de geleerde uit een der laden een flesch, waaraan oogenschijnlijk niets bijzonders te zien was en zeide, terwijl hij deze den jongen toonde :

„Wanneer ik de stop van deze flesch afneem, ben ik in staat om alle ijzeren en stalen voorwerpen, welke zich

Sluiten