Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mag mij niet leenen voor daden, welke ik niet ken en misschien niet eens mag aanmoedigen".

De toespeling was duidelijk genoeg en de geleerde begreep haar volkomen.

„Oh, is het zoo gesteld", zeide hij, „Je houdt mij dus voor een dief ?"

Daarna zonder het antwoord af te wachten, vervolgde hij bedaard :

„Per slot van rekening heb je gelijk en je moed bevalt mij ; ik ben feitelijk verplicht je alles te zeggen".

Jan was bijna trotsch op deze eerste overwinning, die hij nu behaald had op dezen man, aan wiens macht hij zich tot nu toe geheel had onderworpen.

„Wat ik doen \&L", kondigde Tolbach aan, „is reusachtig. Het is of giniaal of het is krankzinnige werk : alleen de toekomst zal dit kunnen ui,tmaken.

„Mijn plan is het volgende : Ik wil naar Duitschland gaan, want alleen daar kan ik het groote werk, dat ik in mijn hoofd heb, volbrengen.

„Gewoon als Franschman kan ik natuurlijk niet gaan, wanneer ik het echter zoo weet in te richten, dat iedereen mij voor een Duitscher zal aanzien, is er geen sprake van, dat ik niet slaag.

„Zooals je weet, ben ik evenals jij, Elzasser, en spreek dus vloeiend Duitsch. Bovendien heb ik mij speciaal op de studie van deze taal toegelegd en ben ik in staat het zóó te spreken, dat geen Duitscher iets aan mijn uitspraak zal kunnen hooren.

„Het eenigste, wat mij dus te doen staat, is te* trachten mij de noodige papieren te verschaffen, waarmede ik in Duitschland kan komen. Zonder deze zou dit niet mogelijk zijn, want, zooals je weet is de controle op reizigers speciaal in Duitschland in tijd van oorlog zeer streng".

„En die papieren wilt u hier vinden ?" vroeg Jan.

„Neen, meer nog", zeide de geleerde, „ik wil hier een geheele persoonlijkheid vinden en het zal heel wat moeite kosten om met jouw jongensverstand de ingewikkeldheid van mijn plan te begrijpen. Ik wil den kolonel von Gloecken zelf worden !"

Sluiten