Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VII.

De menschelijke enting.

Al de dagen, die de kolonel afwezig was, werden door Tolbach zoo nuttig mogelijk besteed. lederen dag was hij bezig, zooals wij in het vorige hoofdstuk gezien hebben, met het snuffelen in de laden, steeds zoekende naar de verschillende bijzonderheden, zoo hoog noodig Voor de rol die hij wilde spelen. Hij stond èrop, dat de jongen, toen Herr von Gloecken weer terug was, hem nog een keer zou helpen in het paleis door te dringen om zijn studie van het uiterlijk van zijn model te kunnen voleindigen.

De kolonel scheen bij zijn terugkomst zeer verstrooid. Het leek wel, alsof hij bezig was plannen voor een reis voor te bereiden en tot groote voldoening van onzen held scheen hij niets buitengewoons te bemerken in zijn kamer, die zoo onderste boven gehaald was geworden.

Die duivelsche Tolbach was toch een handige kerel, om zoo zijn inbrekers werk te kunnen verrichten, dat zelfs de kolonel niets van al zijn snuffelen kon merken.

Herr von Gloecken was erg verlangend te weten, wanneer zijn telefoon gereed zou zijn.

Gelukkig had Jan den tijd niet ongebruikt voorbij laten gaan en kon hij den attaché laten zien, dat de afzonderlijke vèrbinding met het gezantschapsgebouw gereed gekomen was en dat het andere gevoelige toestel spoedig klaar zou zijn. \

Dit bericht beviel den prins zoo, dat hij beloofde de chefs van den jongen te zullen melden, dat hij zeer voldaan

Sluiten