Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daag nog uw Vertrek naar Berlijn telegrafeeren, zooals afgesproken zal ik aan boord komen om u uitgeleide te doen".

Jan trachtte verder te luisteren, maar dit was tevergeefs, daar het onderhoud blijkbaar geëindigd was. Intusschen bond Tolbach de zwachtels weer om zijn hoofd.

Hij was in verrukking, zijn gezicht gewoonlijk zoo strak was nu opgewekt, alhoewel het feitehjk niet meer zijn eigen gezicht was, het was dat van den kolonel en de jongen kon niet nalaten te glimlachen.

Toen Tolbach zijn gelaat geheel onzichtbaar gemaakt had, en met zorg de telefoon achter de steenen verborgen had, stak hij zijn arm door dien van den jongen en verhet met. hem de grot. Nadat zij eenige passen stilzwijgend hadden gedaan, zeide de geleerde op een triomfantelijken toon :

„De moeilijkheid, waarvoor je mij een maand geleden geplaatst hebt, is opgelost".

„Werkelijk ?" vroeg Jan, zonder er iets van te begrijpen.

„Ja, zeker", hernam de geleerde. „Wat zou je tan een man denken, die den aanstoker van een komplot om een schip met vijfhonderd passagiers aan boord, in den grond te boren, neerschiet ?"

„Ik geloof", antwoordde de jongen, „dat ik dien man groot gelijk zou geven, wanneer hij zulk een verrader doodde".

„Bovenal niet waar, wanneer die verrader een vijand is ?" „Natuurlijk \"

„Dus een man, die zoo handelt, begaat geen sluipmoord ?"

„Neen zeker niet, integendeel, hij is veel eerder een held!" Tolbach kneep Jan in zijn arm en voldaan riep hij uit: „Welnu, die man, die held wil ik zijn. Door den kolonel te dooden zal ik de Frisia van een wissen ondergang redden. De prins gaat aan boord en ik weet, dat het schip aangehouden zal worden en op een sein van hem in den grond geboord wordt. De bemanning van den kruiser die de Frisia opwacht, heeft de opdracht zich meester te maken van hare kostbare lading goud en katoen.

Sluiten