Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dank u wel, mijnheer Tolbach.... morgen zal ik dien brief aan den kapitein gaan brengen en Woensdag zal ik aan boord zijn, gereed om het onbekende en den roem tegemoet te gaan". .

Het zal niet mijn schuld zijn, wanneer wi] dien met bereiken", vervolgde de geleerde met zulk een ontroering, dat de jongen eenigszins verbaasd hierover was.

Terwijl deze belangrijke dingen, die een geheelen ommekeer in het leven van Jan zouden brengen, besproken werden, waren zij op het plein de Majo aangekomen.

Hier zeide de geleerde tot den jongen : -t^lh Ik rtioet je nu verlaten, want op het oogenbhk behoor ik'niet tot die menschen, die zich op klaarlichten dag m de bewoonde buurten kunnen bewegen. Nog enkele dagen ben ik met het oog op mijn dubbele persoonlijkheid^ verplicht alle mogehjke geheimzinnigheid en stilzwijgendheid

te betrachten. ! ., ,... 1

Ik moet mij verborgen houden om onbescheiden blikken

te vermijden dus Jan, ik wensen je goeden avond en

laten wij zeggen tot weerziens". .

Ik zal u zoo gauw mogelijk het antwoord van den kapitein brengen", zeide Jan de hand van zijn vriend drukkend.

Deze verdween in een van de op de haven uitloopende straatjes. Alleen gebleven liep de jongen m gedachten verzonken eenigen tijd door.

Eindelijk dus", zeide hij, „is het oogenbhk gekomen, waar ik weken lang op gehoopt heb, Ik kan nu tenminste dit land, dat zoover afligt van het oorlogsterrein verlaten om een heerlijk, avontuurlijk en gevaarlijk leven tegemoet te gaan.

Ik zal voor mijn land kunnen gaan vechten. "Oh ! wat zal dat heerlijk zijn", riep Jan luid uit, „wat ben ik toch een, geluksvogel.... maar, wat moet ik met moeder beginnen ?"

Sluiten